07 February 2019

Dossier Diversiteit: Blik op de toekomst

Wat is dan uiteindelijk de conclusie over diversiteit na analyse van het talkshowseizoen 2017-2018? Er is een gebrek aan diversiteit, en er wordt veel met dezelfde (soort) gasten over dezelfde (soort) onderwerpen gesproken. Doel en aard van de talkshow verklaren veel, maar zijn geen vrijbrief om niet naar verscheidenheid te blijven streven. Maar hoe nu verder?

Team Ombudsman  hoorde in de gesprekken met de redacties de wens en het streven om diverser te zijn. Maar als de insteek van de programma’s ‘het gesprek van de dag’ is, met ‘gasten die in het nieuws zijn’, lijkt diversiteit maar gedeeltelijk te bereiken. Toch is er ook binnen actualiteit en nieuws een diversiteitsslag te maken, je hoeft er niet ineens de hele opzet van je talkshow voor  te veranderen.

Doet goed voorbeeld volgen?

NOS Nieuws constateerde enige tijd geleden dat ondanks cursussen, jaarplannen en mooie woorden, het NOS Journaal van 20 uur nog steeds te weinig divers was. “Er moest,” volgens de hoofdredactie, “dus meer gebeuren dan eraan denken en goede wil.”

Nu vragen de binnenlandredacteuren, die reportages bedenken en begeleiden, in hun voorbereidende telefoontjes naar diversiteit. “En wat blijkt: veel organisaties, instellingen of gemeenten waarderen het, en blijken er zelf ook mee bezig te zijn. En dan kan – de voorbeelden zijn van zeer recent – Veilig  Verkeer Nederland een vrouwelijke woordvoerder leveren, en de politie een woordvoerder van Turkse komaf.” Bij het Jeugdjournaal werkt de redactie al langer via deze methode en dat werpt zijn vruchten af.

Het vraagt inspanning van de hele werkvloer, geeft de hoofdredactie van NOS Nieuws aan. De verantwoordelijkheid voor diversiteit is daarmee meer dan het aannemen van een collega met een diverse achtergrond of het bijzondere netwerk. Ook al kan dat natuurlijk (veel) invloed hebben op de keuze voor nieuwsonderwerp of spreker.

Ruimte voor nieuwe kundigheid

Er zijn meer mogelijkheden om tot verscheidenheid te komen. Al kan je nieuws niet helemaal of helemaal niet kiezen, je ‘experts’ aan tafel wel. Daar zit ruimte voor variatie en een eigen stempel, en daarmee ook de kans om niet altijd te putten uit de draaimolen met vaste gasten. De ‘andere’ talkshow die we bezochten, doet het. Maar die is dan ook opgezet om te experimenteren.

De redacties van ‘de grote vier’ gaven aan dat vaste gasten en bekende gezichten hoge(re) kijkcijfers garanderen, en dat die van de talkshows op NPO 1 verwacht worden. Maar inclusiviteit en brede representatie kunnen ook leiden tot het bereiken van andere (en extra) kijkers voor de programma’s.

Plus: als je als publieke omroep de Nederlandse samenleving in haar geheel dient te bedienen, waarom zet je dan niet ook de ‘kijkcijferkanonnen’ op de vroege en late avond van de ‘brede familiezender’ daarvoor in? Haal ze uit de kijkcijferdwangbuis en geef ze ruimte en taak om (al is het maar gedeeltelijk) te experimenteren. Dan kan je als talkshows onderling misschien ook meer variatie brengen in de besproken onderwerpen; er is op een dag altijd meer nieuws dan aan één tafel behandeld kan worden, dus waarom dan regelmatig hetzelfde onderwerp kiezen.

Tot slot: er zitten nu wel veel journalisten aan tafel. Natuurlijk, zoals de meest aanschuivende gast het uitlegt: journalisten praten makkelijk en leuk, en hebben achtergrondkennis omdat ze met hun neus bovenop het nieuws zitten. Maar daarmee nodigen de programmamakers eigenlijk steeds een versie van zichzelf uit, want journalisten zijn zelf nog weinig divers, zo blijkt uit onderzoek. Dus misschien even verder zoeken?

Geschikt - niet geschikt

Het meest gewaagd vonden wij het zelf om de geschiktheid van gasten voor hun optreden in de programma’s onder de loep te nemen. De term alleen al, en wie bepaalt dat dan wel… Maar  als het feitelijk gedefinieerd en beoordeeld wordt, kan het. Het bleek interessant om te zien dat  vooral in de ‘vroege' talkshows nogal eens matig tot niet geschikte gasten aanschoven: mensen die niet de meest  ideale of zelfs maar redelijk geïnformeerde gast waren, maar die het wel leuk deden in de uitzending. Misschien dat luchtigheid en amusementswaarde voor de ‘vroege’ talkshows meer meeweegt dan op de late avond. Dan is de keuze voor luchtige onderwerpen en vermakelijke gasten wel  te begrijpen. Maar voor talkshows – die door het publiek echt als journalistieke informatie ervaren worden – is dat toch niet altijd ideaal.

Het risico van minder geschikte gasten werd recent nog eens helder. In een uitzending van De Wereld Draait Door wisselde een groep acteurs tijdens het gesprek naadloos van rol, en ging zich gedragen als experts op het gebied van ‘big data’, in plaats van als acteurs die er een toneelstuk over maakten. De presentator liet het gebeuren. Het leidde tot ongeïnformeerde, overtrokken en onjuiste uitspraken, die ook buiten de studio niet onopgemerkt bleven. In ons onderzoek zouden de gasten in één klap van ‘geschikt' naar ‘niet geschikt’ zijn gegaan.

Zowel gastheer als tafelgasten gaven een dag later toe dat hier iets fout gegaan was en de presentator nam dit voorzichtig voor zijn rekening. In het kader van dit onderzoek zou je zeggen: prima om transparant te zijn over je eigen fouten. Maar beter is het om altijd kritisch te kijken naar de geschiktheid van je gasten, om niet uit te wijken naar minder geschikte gasten ‘omdat ze het zo leuk doen’, en in te grijpen als gasten in een oneigenlijke rol schieten. Dat hoeft niet ten koste te gaan van het entertainende gehalte van het programma (soms zelfs in tegendeel).

Tot slot

Team Ombudsman wilde, naast het geven en analyseren van een stand van zaken in de praatprogramma’s, de rol van diversiteit bij het verhogen van de journalistieke kwaliteit benadrukken: vertel zoveel mogelijk verhalen, vanuit zoveel mogelijk hoeken van de samenleving. Talkshows zijn maar één – specifiek – deel van wat de publieke omroepen aan journalistieke programmering maken. Maar wel een invloedrijk deel. De tijd en het vertrouwen die tweemaal daags ongeveer één miljoen kijkers je als praatprogramma geven, is een groot goed. Daar wil je toch het beste mee doen.


Naar het onderzoeksrapport.