30 January 2018

De journalistieke ethiek van een documentaire

Ook documentaires behoren tot het werkveld van de ombudsman. Maar hoe zit het journalistiek-ethisch gezien met een genre dat uitnodigt tot stellingname en een gekleurde bril?

De publieke omroep zendt bijna dagelijks documentaires uit, van eigen bodem of via aankoop verkregen. Die laatste worden meestal ‘kant en klaar’ aangeleverd en uitgezonden en leiden niet snel tot een klacht. Maar onlangs kreeg de ombudsman een verbolgen mail van iemand die – volgens hem – ‘verzeild raakte’ in een ‘onverholen partijdige’ documentaire gemaakt door een van de omroepen. “Een promofilm,” was zijn conclusie. Kort vóór uitzending eiste hij van de makers dat zijn aandeel uit het verhaal geknipt zou worden. En toen dat niet gebeurde wilde hij er achteraf uitgehaald worden. Ook tevergeefs. Daarna stapte hij naar de ombudsman.


‘Subjectieve constructie’

De ombudsman vatte de klacht samen als een verwijt van eenzijdigheid en het niet ingaan op een uit deze voor klager onacceptabele eenzijdigheid voortvloeiend verzoek tot verwijdering van zijn quotes uit de documentaire. De uitzending werd door de makers als een documentaire gekwalificeerd, en dit werd aan degenen die zouden meewerken ook zo gemeld. Het programma werd in het op NPO2 voor documentaires gereserveerde tijdslot en onder de noemer ‘2Doc’ uitgezonden. Het genre van de uitzending was dus duidelijk.

Maar daarmee kwam de klager wel in een hoek te zitten. Want aan een documentaire wordt niet op dezelfde manier de maatstaf opgelegd van onpartijdigheid of evenwicht die in het algemeen geldt voor de nieuwsreportage of -verslaggeving. Een documentaire wordt gedefinieerd als een weergave van de werkelijkheid waarvoor geen gebeurtenissen of feitelijkheden verzonnen worden en er wordt niet in geacteerd. En het genre kent expliciet de mogelijkheid (scherpslijpers zeggen: de eis) om een subjectieve visie en uitgesproken mening van maker of onderwerp te etaleren en filmisch of door een bepaalde bril te belichten. Wikipedia noemt het bijvoorbeeld een ‘subjectieve constructie’.

Er wordt binnen de filmwereld én de journalistiek gesteggeld over de mate waarin een documentairemaker de grens van de werkelijkheid kan opzoeken. Is er zoiets als de ‘journalistieke documentaire’ of de ‘documentaire journalistiek’? Het klinkt ethisch gezien al snel als een contradictio in terminis. Want wat prevaleert dan? De journalistieke mores of de keuzevrijheid die de documentairemaker heeft zonder dat deze de werkelijkheid geweld aan doet? Moeten we preciezer zijn in wat we een documentaire noemen? Nu heet al snel ieder journalistiek product dat langer is dan twintig minuten een ‘documentaire’. Maar het gebruik van die term is niet simpel een labeltje zonder consequenties. Bij het genre horen verwachtingen, beperkingen en mogelijkheden die niet één op één samenvallen met de werkwijze zoals vastgelegd in de journalistieke code van de publieke omroepen. 

Keuze voor het maken van een documentaire geeft meer ruimte, die in de documentaire onder dispuut gebruikt werd voor het maken van een dicht-op-de-huid portret van een omstreden man. Naar opinie van de klager was er té veel ruimte gebruikt voor de man en te weinig voor zijn tegenstanders, waardoor de uitzending als het ware ‘omviel’ naar de kant van de geportretteerde. Dat mag zo zijn, maar een documentairemaker hééft die ruimte. Het is met nadruk geen nieuwsverhaal of onderzoeksreportage waarin hoor en wederhoor een plek hebben. De ombudsman geeft geen mening of iets een goede documentaire is of niet, dat is aan iedere kijker afzonderlijk. Maar hier werd – gezien het gekozen genre – niet buiten de lijntjes gekleurd, noch een verplichting om gebalanceerd te zijn geschonden.

Verwijderen van materiaal

Daarna kwam de vraag of het billijk was dat de klager – vanwege de verwachte eenzijdigheid – een al afgenomen interview uit de uitzending wilde houden (en later eruit wilde laten halen). Hij eiste dat hij de uitzending vooraf kon bekijken om te beoordelen hoe hij er in zou zitten, anders verbood hij gebruik van het gedraaide interview. De redactie weigerde, meneer wist waaraan hij medewerking verleende, stelde ze. De documentaire werd dus uitgezonden, inclusief de bijdrage van de klager.

Hier komen we op het maken van afspraken vóór iemand medewerking toezegt. Zijn er afspraken gemaakt, met open vizier en in welk detail? Waren de bedoelingen van de makers duidelijk, en kon de te interviewen persoon goed geïnformeerd besluiten al dan niet mee te werken? Vereisten die de Journalistieke Code en Leidraad aan makers stellen. In dit geval was er helaas alleen een mondelinge afspraak, al was daarin uitgelegd wat het type project (documentaire) was, en waren specifieke focus (portret van een markant man) en maker (iemand die een eigen betrokkenheid bij de vertelling had) aan de orde gekomen. Daarmee veronderstelden de makers dat de toekomstige spreker wist waaraan hij zou meewerken.

Afspraken vastleggen

Het is altijd de vraag in hoeverre programmamaker en geïnterviewde elkaar (blijven) begrijpen. Daarom is de ombudsman groot voorstander van het schriftelijk bevestigen van gemaakte afspraken. Zeker bij projecten waarin voor- en tegenstanders van een emotionerend of omstreden onderwerp of persoon aan het woord komen, en ongeacht of de geïnterviewde ervaring heeft met media. In dit geval is dat helaas niet gebeurd, waarmee het voor de ombudsman oncontroleerbaar werd hoe een en ander is gegaan. En waarmee ik dus ook alleen in algemene zin uitspraken kon doen over de gegrondheid van de klacht.

Tenzij expliciet anders is afgesproken wordt inzage vooraf toegepast om feitelijke fouten te kunnen corrigeren. Het zou dus maar de vraag zijn geweest of inzage vooraf in dit geval tot verwijdering van quotes geleid zou hebben als die quotes feitelijk juist gebruikt werden. Er moet met quotes niets anders beweerd of geïllustreerd worden dan gezegd is. En er mogen geen woorden in de mond gelegd of iets in de context plotseling en zonder overleg gewijzigd worden. Eenzijdig (achteraf) opzeggen van afspraken – door welke partij ook – heft de geldigheid van die afspraken niet op.

Van verwijdering ná uitzending – dat kan iets waard zijn, ook als een programma eenmaal is uitgezonden – kan volgens de ombudsman ook alleen sprake zijn als materiaal aantoonbaar feitelijk foutief gebruik is. Ook dat was in dit geval niet zo. Overigens kan uiteindelijk alleen een rechter niet uitzenden, verwijdering of rectificatie van een publicatie opleggen. Er zijn op de wet die de vrijheid van meningsuiting borgt specifiek omgeschreven uitzonderingen mogelijk, en de rechter is degene die bepaalt of daarvan sprake is.

Conclusie

Zeker bij langdurige, ingewikkelde en mogelijk te betwisten projecten spreek je beter niet alleen mondeling af of (en hoe) iemand medewerking geeft. Zet een en ander op papier of in een mail. Dan kan er weinig tot geen meningsverschil over de mogelijkheid tot gebruik, verandering of verwijdering van gedraaid materiaal ontstaan. Ook verschil van inzicht over de blik op een onderwerp of persoon (voor de een: eenzijdig en partijdig; voor de ander: gezien genre en opdracht een logische nadruk op één kant) kan met het expliciteren van afspraken vooraf aan het licht komen. Dan kan een spreker (nog) beter geïnformeerd besluiten al dan niet mee te werken. Nog beter: maak daarna die afspraken bekend, dan wordt ook de kijker beter geïnformeerd. En kies bewust voor het label dat je je productie geeft.

De ombudsman keurde het handelen van de makers in deze niet af. Het genre (documentaire) maakte een subjectieve blik mogelijk (of zelfs: wenselijk). De gekozen quotes werden niet feitelijk foutief gebruikt of van een andere, onverwachte connotatie of veranderde context voorzien. Dat één kant van de medaille volgens klager te weinig aan bod kwam, is een inhoudelijke conclusie die de ombudsman bij een productie als deze niet trekt. Want dan komt de vrijheid die juist de documentairemaker heeft, in het geding.