20 April 2021

Dossier verkiezingen 2021. Deel 4: Debatten doen ertoe.

In enkele columns kijkt de ombudsman terug op de berichtgeving door de publieke omroepen over de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Ook dit jaar werd er weer heel wat gedebatteerd. Hoe verliep dat? En kreeg de aan huis gekluisterde kiezer een indruk dat er iets te kiezen viel?

De omroepen gebruikten ook deze verkiezingen het huidige zetelaantal, de stand in de peilingen of een combinatie daarvan als meetlat voor het uitnodigingsbeleid voor de debatten. Nederland Kiest: Het NOS Radiodebat op NPORadio1 nodigde alle dertien partijen uit die tot 17 maart in de Tweede Kamer zaten, en liet ze in groepjes van drie debatteren. Er luisterden ruim 600.000 mensen, een verdubbeling ten opzichte van een normale vrijdagmiddaguitzending.

Aan het EenVandaag lijsttrekkersdebat deden de zes partijen mee die het afgelopen jaar gemiddeld het grootst waren in de peilingen en die na 17 maart “waarschijnlijk het grootst worden”. Andere partijen, ook nieuwkomers, kwamen in reguliere uitzendingen aan bod. Zo’n anderhalf miljoen kijkers bekeken het debat.

Bij de NOS was er op televisie naast het gebruikelijke slotdebat Nederland Kiest: Het debat met de acht koplopers en bijna 2,2 miljoen kijkers ook Nederland Kiest: De Stemming. Dat was een soort ‘kleine finale’ met acht andere partijen die al in de kamer zaten plus één kansrijke nieuwkomer (andere kanshebbers kregen een korte reportage in het programma). Die uitzending werd door bijna 1,3 miljoen kijkers bekeken. Het NOS JeugdJournaal hield het bij de zes grootste partijen, waar gemiddeld zo’n 700.000 kijkers voor gingen zitten.

Pauw’s Verkiezingsdebatten bestond uit een serie van vier één-op-één debatten tussen “de politiek leiders van de acht grootste partijen” en bereikte ruim 950.000 kijkers. Aansluitend konden in Op1 andere partijen reageren op het zojuist gevoerde debat en werd besproken wie ‘winnaars en verliezers’ waren. Ik begreep dat de redactie van Op1 had nagedacht over de inzet van factcheckers maar daar niet aan toekwam. Jammer. Het zou een welkome toevoeging aan zo’n breed bekeken programma geweest zijn. Want de mooie factcheck-actie van de redactie van Pointer samen met studenten van de Universiteit Leiden zal door minder mensen gevonden zijn dan er met alleen al één aflevering van Op1 bereikt zou zijn.

Vernieuwing

De betrokken omroepen konden allemaal uitleggen hoe ze tot hun debatopstelling gekomen waren.  Maar had ik een klacht gekregen over willekeur in het uitnodigingsbeleid, dan had ik de klagende kijker of luisteraar niet zonder meer ongelijk kunnen geven. Want net als bij het bepalen van hoeveel zendtijd je aan partijen geeft (zie dit artikel) zijn zetelaantal en peilingen bij debatsamenstellingen geen boven alle discussie verheven graadmeter. Maar wat is een alternatief?

Eén kijker meldde zich al vroeg in de campagneweken omdat we elkaar al eens eerder mailden over (gebrek aan) toegang tot de debatten voor nieuwkomers. Hij schreef: “Het is ook wel lastig, nu het recordaantal van 37 nieuwe partijen aan de komende verkiezingen deelneemt. De hamvraag is: hoe te selecteren?” Hij stelde dat “fundamentele vernieuwing van onze democratie hoognodig is, iets wat de zittende partijen structureel onderschatten” en bood een nieuw selectiecriterium. “Welke nieuwe partijen komen met doortimmerde ideeën hoe de hervorming van onze democratie aan te pakken? Ik heb zelf de analyse nog niet gemaakt, maar het zou me verbazen als er meer dan 2 of 3 nieuwkomers te vinden zijn die aan dit criterium voldoen. Met zo’n aantal moet het voor media doenlijk zijn er ditmaal eens aandacht aan te schenken.”

Of je het eens bent met de constatering dat vernieuwing in de politiek ‘hoognodig’ is en dit dus een interessant selectiecriterium kan zijn, feit is dat media-aandacht bijdraagt aan bekendheid en stemmen. En je houdt een kip-ei-situatie als het (vorig of waarschijnlijk toekomstig) stemmenaantal bepalend is voor de hoeveelheid aandacht of debatdeelname.

Kijken naar andere criteria dan zetelaantal of peilingen is ook journalistiek de moeite waard.  De Nieuws BV maakte bijvoorbeeld voor zijn radiodebatten een thematische keuze: een emancipatiedebat op Internationale Vrouwendag en een debat tussen verkiesbare 20-ers en 30-ers over voor hun generatie bepalende onderwerpen. Je kunt bij thematische keuzes kijken naar interessante of uitdagende partijstandpunten en je uitnodigingsbeleid daarop aanpassen. Het kan tot informatieve verrassingen leiden.

Foto: ANP

Het ándere debat

Redacties zoeken op meer manieren naar alternatieven voor het klassieke één-op-één debat tussen partijkopstukken. Dat bij vrijwel elke verkiezing het NOS Jeugdjournaal Lijsttrekkersdebat hoog gewaardeerd wordt komt zeker doordat de wijze waarop onderwerpen worden aangesneden toegankelijk en concreet is. Dit naast de collegiale, respectvolle en ontspannen sfeer onder de debaters die het publiek aanspreekt. Denk wat dat betreft ook aan de publieke lof die het Pauw-debat tussen de lijsttrekkers van D66 en de PvdA werd toegezwaaid.

Een slimme manier om debatten concreet te maken is de inzet van burgervragen, dan voer je dat ándere debat: tussen kiezer en gekozene. Nieuwsuur voerde vier jaar geleden al met veel succes ‘gewone’ burgers op in de lijsttrekkersinterviews en deed dat nu weer. Bij RTL leverde het dit jaar ook bijzondere debatmomenten op (hoe een slachtoffer van de toeslagenaffaire lijsttrekker Rutte onderbrak met de opmerking “Ik stop u even” werd al snel tv-historie genoemd). Maar kijk ook naar het NOS op 3 Verkiezingsprogramma. Met zeven live gestreamde gesprekken tussen lijsttrekkers en nieuwe, jonge stemmers via YouTube, Facebook, app en NOS-website werd niet alleen een andere doelgroep bereikt maar ook naar een andere toon gezocht.

“We hebben onze doelgroep via sociale media gevraagd wat hen bezighield in de campagne. Daar kregen we 4600 reacties op” vertelde de eindredacteur. “Ik heb toen zeker honderd mensen gesproken en daar vragen en mensen die in de studio konden komen uitgehaald.” Zo ontstonden ook gesprekken tussen kiezers en de verkiesbare lijsttrekkers, over thema’s die de redactie zelf niet zo snel gekozen zou hebben. “Jongeren zetten het klimaat op één en vinden diversiteit heel belangrijk, dat is logisch. Maar wat ons verbaasde was dat spontaan ook zoiets als de positie van Oeigoeren in China aan bod kwam, pas later die week ging het er in de Kamer zelf over. Of de Rusland-politiek.”

De interesse van het publiek is breed, zo blijkt. De debatten werden ook in de dagen nadat ze gehouden waren nog veel teruggekeken. Begin mei staat de teller in totaal op bijna 2,2 miljoen views, in aantal vergelijkbaar met Nederland Kiest: De Stemming.  

Drie keer het ticket Rutte – Wilders

Nu draaien verkiezingen uiteindelijk toch om macht en het aantal stemmen dat je krijgt. Het is dus op zich te begrijpen dat je als organisator van debatten in de eindsprint van de campagne de grootste kanshebbers tegenover elkaar wilt zetten. Maar als drie afzonderlijke debatprogramma’s dat doen en je moet vanwege de agenda’s van de politici ook nog eens weken of soms al maanden van tevoren bepalen wie die kanshebbers zijn, dan krijg je dus in de laatste vijf dagen voor de verkiezingen driemaal hetzelfde debatticket. Zelfs als de rangorde van de kanshebbers inmiddels aan het schuiven is geslagen. Zonde van de zendtijd?

In elk geval wel wat frustrerend, zei de hoofdredacteur van een van de organiserende omroepen die al maanden voor 17 maart gesprekken over deelname met de partijen voerde. “Ik zou willen dat we tot op het laatste moment nog zouden kunnen wijzigen, omdat je ziet dat zoveel kiezers ook heel laat hun keuze bepalen. We hadden nu graag de twee partijen die op het laatst het grootste waren willen koppelen, D66-er Kaag tegenover VVD-er Rutte. Maar de meeste deelnemende partijen willen dat late verschuiven niet, anders komen ze gewoon niet.”

Dat is macht van de partijen waar je blijkbaar weinig tegenin kunt brengen, maar het voelt wel ongemakkelijk. Bij enkele debatten mochten partijen ook zelf stellingen, vragen voor de opponent of te behandelen thema’s inbrengen. Dat is een keuze, en dat vind ik misschien nog ongemakkelijker. Als je qua opstelling noodgedwongen al aan afspraken vast zit, zou je dat inhoudelijk dan ook nog doen? Het kan leiden tot andere vragen dan die wij zelf zouden stellen, zei een van de organisatoren. Maar dat lijkt me toch sterk, je moet als journalist in staat zijn alle vragen te bedenken en te stellen.

Foto: ANP

Koekoek eenzang

Nu zou in ons publieke bestel drie keer hetzelfde debatduo niet automatisch tot koekoek éénzang, steeds hetzelfde verhaal, hoeven leiden. Als de organiserende omroepen die, op NOS en NTR na, hun eigen ‘kleur’ aan programma’s mogen geven dat inderdaad zouden doen, dan zou je zelfs bij dezelfde gesprekspartners mogelijk verschil in thematiek of invalshoek kunnen zien tussen een debat bij BNNVARA en een bij AVROTROS. Maar, zo gaf de hoofdredacteur van een van de actualiteitenprogramma’s aan, de journalistieke redacties van de omroepen richten zich eerder naar journalistieke gebruiken en een onafhankelijk redactiestatuut, dan dat ze de kleur van de omroep uitdragen. En dan blijken de thematische keuzes en de aanpak van heel diverse redacties in het eindresultaat toch wel op elkaar te lijken. De drie debatten Rutte – Wilders weken niet bijzonder van elkaar af, ook omdat de heren zelf steeds snel hun stokpaardjes beklommen.

Misschien dan aan de voorkant, bij planning en voorbereiding toch wat meer regie en overleg tussen de redacties, om te voorkomen dat een debatplaat na drie keer afspelen wel grijs is? “Wie zou dat dan moeten coördineren, de NPO?” dacht een eindredacteur hardop. Maar de NPO gaat niet tot op dat inhoudelijke niveau over wat omroepen doen en maken. De redacties kunnen dat beter zelf oppakken. Desnoods onder een paraplu die in het verleden wel ‘de gezamenlijkheid’ werd genoemd: een voor rampen of grote gebeurtenissen speciaal samengesteld, omroepen overstijgend redactieverband.

Kijk (niet) naar de Canadezen

Het is die vorm die in Canada bij de volgende verkiezingen gebruikt gaat worden, nadat er de afgelopen jaren een vrolijke polonaise met de verantwoordelijkheid werd gedaan. In 2015 weigerden enkele politieke kopstukken bij kritische landelijke redacties te komen debatteren. Daardoor waren er dat jaar alleen per taal, lokale omroep en door belangengroeperingen georganiseerde debatten. Waardoor de kiezer geen totaalbeeld kreeg. In 2019 wees de zittende liberale regering voor de organisatie van twee lijsttrekkersdebatten een speciale Leaders Debate Commission aan, om te voorkomen dat parlementariërs zelf zouden uitmaken wie wel en niet mocht meedoen. Deze commissie evalueerde zichzelf en beval de vorming van een vaste, door alle partijen aangestelde commissie aan, wat gebeurde.

Die commissie heeft nu een uit een tiental publieke en commerciële mediaorganisaties bestaande Debate Broadcast Group samengesteld die bij de eerstvolgende verkiezingen twee onpartijdige debatten zal organiseren. Waar lijkt dat op, denken wij hier. Voeg de publieken en commerciëlen met de kranten samen, en zend de debatten dan ook meteen op alle kanalen tegelijk uit. Net als koninklijk rouwen of trouwen. Hoera, weg van de pogingen van de politici om programma’s tegen elkaar uit te spelen, zelf debatten in te vullen of te ontwijken.

Zonder ironie: zou het publiek er iets mee opschieten? Het voelt heel raar in ons pluriforme landschap, zo’n ‘gelijkgeschakelde’ aanpak. Zouden we niet beter eerst proberen of wat meer overleg aan de voorkant het journalistiek onafhankelijk maar vooral veelkleurig, hoog kwalitatief en informatief karakter van debatten kan waarborgen of zelfs nog opkrikken? Samen optrekken in het afbakenen van je journalistieke speelruimte ten opzichte van de partijen, maar dan ook niet meer drie keer in vijf dagen dezelfde elftalopstelling aanbieden?

Maar als politieke partijen zelf meer en meer de regie (pogen te) grijpen, dan kan het bestuderen van het Canadese model nog wel eens interessant worden. "Niet alleen dóen debatten er toe, ze zijn cruciaal in verkiezingscampagnes," schreef de voorzitter van de eerste debatcommissie in zijn evaluatie. "Ze moeten bij elke verkiezing plaatsvinden, en het publieke belang moet er in voorop staan. They help us understand that democracy matters."

Democratie doet er toe. En verkiezingsdebatten zijn cruciaal. Laten we ervoor zorgen dat ze nooit zonde van de zendtijd zijn.


Dossier verkiezingen 2021. Deel 1: Hoe versla je een campagne?
Dossier verkiezingen 2021. Deel 2: Wie was waar?
Dossier verkiezingen 2021. Deel 3: Op zoek naar evenwicht.
Dossier verkiezingen 2021. Deel 5: Waarover spraken zij?