02 October 2020

Een viroloog met bijsluiter

Kan een gepensioneerd viroloog als onafhankelijke studiogast aanschuiven om over Covid-19 te praten als hij tegelijk belangen heeft bij een medisch bedrijf gespecialiseerd in testen en vaccinontwikkeling? En hoeveel informatie geef je hierover als redactie, zodat je publiek de bijdrage van deze spreker goed kan beoordelen? Liever meer dan minder, want een goed geïnformeerde kijker telt voor twee.

Een kijker stuurt mij een klacht over het uitnodigen van viroloog Ab Osterhaus als studiogast in de talkshow Op1. Hij zet vraagtekens bij zijn positionering als onafhankelijk viroloog omdat Osterhaus belangen had en heeft bij organisaties die zich bezighouden met testen op virussen en vaccinontwikkeling. De kijker vindt de rol van Osterhaus in het programma als onafhankelijk viroloog “niet verstandig”. En vraagt mij zijn rol en belangen te onderzoeken.

Vooropgesteld: het is niet aan de ombudsman om de belangen van een bron, studiogast of spreker in een journalistiek programma te onderzoeken. Ook ga ik niet over het uitnodigingsbeleid van een programma, dat is een redactionele vrijheid. Wel kan ik onderzoeken hoe een redactie omgaat met bronnen, sprekers of gasten met bepaalde belangen versus de rol die ze in een programma krijgen. Houdt een programma zich aan journalistieke afspraken? Gaat een redactie journalistiek zuiver om met een mogelijk dilemma over belangen?

Wanneer niet melden?

Dat Osterhaus (neven)functies had en heeft die passen bij de expertise die hij in programma’s deelt, is helder en daar is niets mis mee. Zoals vele sprekers wordt hij om zijn kennis en kunde uitgenodigd. Het publiek bepaalt zelf welke waarde aan die kennis gehecht wordt. Centraal in de klacht staat de vraag hoeveel informatie dit journalistieke programma moet geven over een bron, spreker of studiogast zodat de kijker de bron en zijn informatie op waarde kán beoordelen.

De Journalistieke code van de NPO zegt er niks specifieks over, de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek ook niet. Beide documenten met journalistieke afspraken zeggen wel iets over wanneer en waarom je specifieke informatie (of kenmerken) van personen in het nieuws juist niet geeft. Onder ‘personen in het nieuws’ kunnen dan ook personen vallen die een redactie zelf bij het nieuws of de actualiteit betrekt door ze aan het woord te laten, zoals een gast in een talkshow. Ik citeer de formulering van de Leidraad omdat ik deze het helderst vind.

“In publicaties worden de etnische afkomst, nationaliteit, ras, religie en seksuele geaardheid van groepen en personen alleen dan vermeld wanneer dit nodig wordt geacht voor een goed begrip van de feiten en omstandigheden waarover wordt bericht.”

Uit met name de cursieve bewoordingen valt een onderbouwing te halen voor het wél vermelden van specifieke kenmerken en informatie, ook (commerciële of andere) belangen. Wanneer het weglaten van (een cruciaal deel van) iemands cv, belangen of achtergrond kan leiden tot onvolledig of onjuist begrip , dan dient de benodigde informatie gemeld te worden. En dat moet ook als het toevoegen van (een cruciaal deel van) iemands achtergrond of belangen zijn bijdrage aan de journalistieke productie in een ander daglicht kan stellen.

Resultaten uit het verleden

Zorgt dan in dit geval het niet noemen van informatie over Osterhaus’ rol en commerciële belangen tijdens de Mexicaanse griep nu voor onbegrip over zijn bijdragen aan de discussie over Covid-19? Zullen kijkers zijn woorden en inbreng anders uitleggen als zij weten van zijn vroegere en/of huidige verbintenissen of belangen?

Resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst, zegt een waarschuwende tekst bij het aangaan van financiële risico’s. Het staat niet zonder meer vast dat Osterhaus’ opstelling in het verleden zijn huidige bijdrage beïnvloedt, dat dient onderbouwd te worden.  

Mij bleek bij het terugkijken van afleveringen van Op1 vooral dat de standpunten van Osterhaus over de aanpak van Covid-19 in de afgelopen maanden nogal eens (en soms geheel) veranderden. Zoals in de hele samenleving kan dat ook zijn gekomen door algemeen (wetenschappelijk) voortschrijdend inzicht. In elk geval wezen zijn bijdragen aan de discussie niet eenduidig of stelselmatig in één bepaalde richting: die van organisaties waarmee hij contacten heeft. Deze voorkeur voor een specifieke aanpak had hij wel tijdens de Mexicaanse griep.

Bijsluiter

Als partijdigheid in dit geval niet blijkt, is dan het melden van eventuele vroegere of huidige belangen overbodig? Nee. Vaker melden van belangen van bronnen, sprekers of tafelgasten schaadt niet en baat wel. Om in medische termen te blijven: zie de extra achtergrondinformatie als een bijsluiter.

De redactie vindt dat hoe logisch dit ook klinkt, het in de praktijk een weg-zap-moment kan vormen. En is het niet voldoende als een spreker niet geheimzinnig doet over zijn connecties? En dat de redactie geen enkel belang heeft bij het bevorderen van zijn belangen? Kortom: als de redactie kan instaan voor de onafhankelijkheid van de spreker?

Toch meen ik dat de argumenten zwaarder wegen om essentiële (commerciële, maar ook wetenschappelijke, politieke of maatschappelijke) belangen wél te melden. Is het dan overdreven om dat elke keer te doen als iemand aanschuift, ook als dat heel vaak gebeurt? Niet als je publiek niet elke avond kijkt. Ik snap de huiver dat een kijker wegzapt bij wat een dagelijkse riedel aan disclaimers kan lijken. Maar ik schat de creativiteit van redacties en presentatoren hoog in als het om het pakkend verwerken van niet altijd even sexy informatie gaat.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee. En je kunt je studiogast en het gesprek waarin deze een rol heeft op deze manier ook juist méér status en geloofwaardigheid geven: door te melden waarom iemand verstand van zaken heeft, ook als dat is omdat hij of zij bepaalde connecties of belangen heeft. Van meer transparantie wordt niemand ziek.