18 July 2022

Mediastorm en de boerenlobby

Het HUMAN-programma Mediastorm bekeek de kracht van de ‘boerenlobby’. Een klager vond het gesprek met een campagnestrateeg en lobbyist onzorgvuldig en leugenachtig, en de presentator onvoldoende kritisch. Dat laatste klopte, maar het eerste niet.

Klacht

In de aflevering van Mediastorm sprak de presentator met een gast over de kracht van de lobby rond de boerenprotesten in de week voorafgaand aan de uitzending. Een klager vond de uitzending onzorgvuldig, het ontbrak aan kritische bevraging, er zaten ‘grove insinuaties’ en ‘achterbakse leugens’ in (die op één voorbeeld na niet concreet gemaakt werden). De uitzending zou niet voldoen aan de journalistieke code van de omroepen.

De eindredactie toonde de klager dat juist zijn ene concrete voorbeeld van een leugen niet klopte. De klager wilde vervolgens nog wel reactie op zijn andere klacht over de kritiekloze benadering van de gast.

 

Kritische bevraging

Allereerst moet duidelijk zijn dat het een redactie vrij staat eenieder uit te nodigen om over welk onderwerp dan ook te komen praten: dat mag volgens de persvrijheid en redactionele autonomie die in de (grond)wet staan. Ook mogen omroepen met leden (zoals HUMAN) van de Mediawet specifieke standpunten de ruimte geven, vaak vloeien deze voort uit de missie die de omroep heeft. Dit mag ook in journalistieke programma’s. Dat voor bepaalde standpunten in een bepaald programma van een bepaalde omroep dus mogelijk meer aandacht is dan voor een ander standpunt, is in programma’s van ledenomroepen niet verboden.

Dat ontslaat een redactie er niet van om in journalistieke programma’s altijd de afspraken uit de journalistieke code na te leven. Onbevooroordeeld zijn hoort daarbij. Ik zeg met nadruk niet: onpartijdig zijn, want die term verhoudt zich dus moeizaam met de opdracht in de Mediawet: het vertegenwoordigen van een stroming in de samenleving. Onbevooroordeeld zijn vertaalt zich in de journalistieke praktijk in het steeds kritisch op zoek zijn naar hoe zaken in elkaar steken en het bevragen van alle gasten, standpunten en kanten aan een issue. Dat kritisch bevragen ontbrak aan dit gesprek, volgens de klager.

 

Opvattingen versus algemene duiding

Het interview was allereerst een type gesprek met een (ervarings)-deskundige of iemand met kennis van een specifiek werkveld of fenomeen. Zo iemand wordt gevraagd naar zijn of haar analyse van of visie op een mediagebeurtenis, of de behandeling door de media van een nieuwsgebeurtenis. Dat uitleggen en toelichten is een voorname insteek van het programma Mediastorm

Zo’n gesprek bestaat uit het bekijken van beelden, het reageren op fragmenten door de gast, en de toelichting vanuit de eigen ervaring en kennis van de gast. Waar de gast zijn mening/opvatting geeft, moet duidelijk zijn dat het een mening betreft. Dat werd in dit gesprek op vele momenten duidelijk aangegeven, zowel in de teksten van de presentator (“Wat vind jij hier opvallend aan?”; “Wat is volgens jou het effect van…”) als door de gast (“Ik vind…”; “Mijn lezing is…”). 

Maar er was ook algemenere duiding door de gast. De presentator koos ervoor om niet bij elke toelichting van de gast om onderbouwing te vragen. Als reactie op uitleg van de gast volgde doorgaans slechts “Ja.”, waarna werd overgegaan naar de volgende vraag om beschrijving of uitleg. Bij mogelijk controversiële beweringen van je gast moet je echter meer doen: je vraagt waarop beweringen berusten. Dat had het gesprek sowieso boven het anekdotische uitgetild. 

Maar op enkele momenten had in elk geval doorgevraagd moeten worden. Met name bij aanvang van het gesprek, waar een aantal zaken uitgelegd werden om de rest van het gesprek te kaderen, bleef de vraag naar onderbouwing van door de gast beschreven zaken of gestelde feiten uit. Er was voor de punten die de gast maakte onafhankelijke onderbouwing (zie hieronder). Maar als die uitblijft, kan dat er aan bijdragen dat ook de rest van een gesprek met argwaan door kijkers bekeken wordt. Vandaar misschien de (zij het niet concreet gemaakte) opmerking van de klager over insinuaties en leugens.

  • Op het ene concrete punt dat wél in de klacht als leugen werd aangedragen (de vergoeding door de veetransporteur van schade aan het land waarop de boerendemonstratie in Stroe werd gehouden) kwam nu juist net wel onderbouwing: in een getoond filmfragment legde de eigenaar van het land dat uit, de eindredactie schreef dat aan de klager. Die onderbouwing  was overigens wel beter blijven hangen als er in het gesprek nog even naar teruggewezen was. 
  • Maar de gast zei ook dat er door de agro-industrie veel geld in de protesten wordt gestopt en de vraag waarop de gast dit baseerde had gesteld moeten worden. Voor die opmerking is onafhankelijk geverifieerde informatie (in een groot aantal gevallen bevestigd door de agro-industrie zelf: lees bijvoorbeeld dit artikel ). De opmerking was aantoonbaar geen insinuatie of leugen. Maar de vraag naar onderbouwing had wel gesteld moeten worden.
  • Waar gezegd werd dat “de suggestie wordt gewekt dat…”, had de presentator moeten zorgen dat gast óf zijzelf had aangegeven hóe dat dan gebeurt. 

Door de gast aangedragen informatie had dus in elk geval aan het begin van het gesprek kritischer benaderd moeten worden. Dat dat niet gebeurde maakte de opmerkingen op zich niet leugenachtig of onjuist, onafhankelijke onderbouwing is er. Maar het gesprek was beter geweest als die gemeld was. De redactie schreef mij dat er volop ingezet wordt om de presentatoren van het programma scherper te maken op doorvragen en van repliek dienen van alle gasten, ongeacht wat de aard van het gesprek is.

 

Beschrijven, niet oordelen

Verder legde de gast in het gesprek uitgebreid uit hoe lobbyen werkt. Hij weet dat vanuit zijn verleden, als lobbyist/communicatiespecialist voor de vakbond Algemene Onderwijsbond en betrokkenheid bij GroenLinks. Die extra achtergrondinformatie over de gast, die context geeft aan het qua opvattingen ‘plaatsen’ van hem als gast, kwam pas na een minuut of vijf in het gesprek. Eerder werd hij in algemene zin als ‘campagnestrateeg’ aangeduid. Dat kan beter: geef als programma direct alle informatie die een kijker kan gebruiken bij het ‘plaatsen’ van een opgevoerde deskundige. 

Op zich is de AOB niet een aan de agrarische wereld gelieerde organisatie, dus kan je je afvragen: waarom is deze gast uitgenodigd, wat weet die nu van de gang van zaken bij deze protesten? Maar lobbyen – waarvoor het dan ook exact is – gaat volgens vaste patronen, leest u bijvoorbeeld een inzichtelijk boek als ‘De 9 stappen van lobby’. Die mechanismen kon de gast vanuit ervaring beschrijven. 

Er werd in het gesprek niet geoordeeld dat iets niet mocht of niet kon, de gast gaf aan met fascinatie en belangstelling (en misschien wel een lichte vorm van jalousie de métier) naar de agrarische lobby te kijken. Hij beschreef processen, bijvoorbeeld het ‘pluggen’ van gasten bij programma’s (een al lang bestaande en beproefde strategie) en hoe lobby kan helpen sympathie onder het publiek te laten verschuiven. Of je daar allemaal wel of niet wat mis mee vindt was aan de kijker, de gast beschreef vooral. 

 

Wederhoor noodzakelijk?

De klager stelde dat geen enkele vorm van wederhoor was toegepast. Maar wederhoor is niet altijd verplicht. Volgens de journalistieke code is wederhoor in elk geval noodzakelijk als beschuldigingen worden geuit. 

Plicht tot wederhoor zou hier mogelijk nodig zijn geweest bij de uitspraken over het in de protesten pompen van geld door de agrosector. Maar voor de ruimhartige steun van de sector voor de protesten was onafhankelijke, feitelijke bevestiging onder meer vanuit de bedrijven waarover het ging (zie bijvoorbeeld hier en hier). 

Bij in het publieke domein onafhankelijke bevestiging van een bewering hoeft wederhoor niet nog eens specifiek gehaald te worden. Des te vervelender dat de presentator de gast niet vroeg naar onderbouwing van zijn opmerking, of zélf de hierboven genoemde bevestiging vanuit de sector meldde. Doordat dit nu niet gebeurde bleef de opmerking als onbewezen boven de markt hangen. Onnodig, want wat de gast zei, klopte, de sector zegt het zelf.

 

Concluderend

De klacht over gebrek aan kritisch doorvragen is voor enkele passages in het gesprek terecht. Het gesprek was er krachtiger en inhoudsvoller van geworden als het wel was gebeurd. Maar de beschuldiging van het brengen van leugens en insinuaties is niet te onderbouwen (en de klager was zelf ook weinig specifiek daarin – behalve op het ene punt dat de eindredacteur al ontkrachtte). De klacht is dus maar ten dele gegrond.