21 November 2019

Pauw versus de brandweer: gebrek aan weerwoord?

Als het programma Pauw  oud-brandweercommandant Schaap interviewt, moet dan niet ook het tegengeluid aan tafel klinken? Een aantal (oud-)brandweerlieden klaagt dat er geen weerwoord in de uitzending zit, waardoor het programma “opzettelijk” kwetsend is voor het korps. De ombudsman kijkt naar de verschillende vormen die weerwoord kan hebben.

In de uitzending van het BNNVARA-programma Pauw  van 2 oktober sprak Jeroen Pauw met oud-brandweercommandant Leen Schaap. Schaap was net gestopt bij het brandweerkorps Amsterdam-Amstelland, waar hij in opdracht van de inmiddels overleden Amsterdamse burgemeester Van der Laan orde op zaken moest stellen. Hij stuitte op veel weerstand en vond dat er nog steeds veel mis is bij het korps. In het gesprek met Pauw nam hij geen blad voor de mond.

De klacht

Een aantal huidige en voormalige brandweerlieden meldde zich kort na de uitzending met een klacht over het programma. Er was gebrek aan wederhoor geweest, schreven de klagers, waardoor “mensen, dienstbaar aan de samenleving in het veiligheidsdomein” “opzettelijk” gekwetst werden. Schaap kreeg de mogelijkheid brandweercollega’s “valselijk te betichten, derhalve lasterlijk en of smadelijk zich te uiten in de richting van hen”. Ook hadden de schrijvers kritiek op de communicatie met de omroep en het programma, of eerder: het gebrek daaraan. Want op de pogingen tot contact met de redactie om hun kant van de zaak toe te lichten – vooraf, tijdens en na de uitzending – werd niet gereageerd.

Wat betreft dit laatste: de eindredacteur van Pauw gaat uitzoeken waarom de mails de redactie niet bereikt hebben. Het is vervelend als contact misloopt, omdat het de ergernis al kan doen oplopen nog voor een inhoudelijk argument is gewisseld. Daar zijn redacties zich van bewust, en zij hebben daar last van. Niet alleen wordt een kijker boos omdat deze zich genegeerd voelt, maar een redactie kan er ook waardevolle feedback, tips en contacten door mislopen. Communicatie gladjes laten verlopen is in het belang van een programma.

Relevant weerwoord

Ik stap bij een klacht altijd eerst naar een redactie, met de vraag om de klagers zelf te antwoorden. De eindredacteur van het programma deed dat, maar de klagers wilden toch een oordeel van de ombudsman. Want ze boden zich voor de uitzending al aan voor tegenspraak, en zelfs tijdens de uitzending was het nog mogelijk geweest om wederhoor te halen: er was een groepje brandweermensen onder het studiopubliek. De klagers stuurden mails mee waarin (oud)brandweerlieden na de uitzending aan BNNVARA de schade beschreven die dit interview-zonder-tegengeluid de hele brandweer heeft gedaan. Ze stelden dat de redactie het weerwoord in de uitzending (en daarna) opzettelijk geen plaats heeft willen geven. Was dat inderdaad zo?

De redactie legde aan klagers en mij uit welke acties rondom deze uitzending werden ondernomen om het ter zake doende weerwoord te krijgen. De redactie gaf aan dat vóór uitzending via de gebruikelijke officiële kanalen (woordvoering) het betrokken korps om weerwoord is gevraagd. En in de dagen erna ook nog eens, want de uitzending met Schaap gaf best aanleiding om met het korps te praten.

De woordvoerder van het korps herinnerde zich niet benaderd te zijn met een verzoek om aan te schuiven of wederhoor te geven. Terwijl zij wel “over de korpsleiding en de bestuurlijke zaken” gaat. Een verzoek van de redactie zou dus zeker via haar zijn gegaan, zei ze. “De vraag of Leen Schaap bij Pauw wilde aanschuiven is ook bij mij binnengekomen. Schaap heeft vervolgens zelf met Pauw  de datum afgesproken, en die viel na 1 oktober”. Toen was Schaap inmiddels uit dienst, en hij viel daardoor buiten de verantwoordelijkheid van het korps. “En dus,” voegde de woordvoerder toe, “sprak hij op dat moment als oud-commandant. Het had het ook niet zoveel uitgemaakt. Als het ons was gevraagd waren we ook niet aan tafel gegaan. Daar had niemand meer wat aan. Er is overigens niet veel nieuws gezegd bij Pauw.”

Als een organisatie niet officieel wil reageren, wie is dan vervolgens relevant om weerwoord te geven? Het gesprek ging nadrukkelijk over het korps Amsterdam-Amstelland. ‘Gewone’ brandweerlieden – werkzaam bij het betreffende korps én in actieve dienst in de periode waarover het gesprek met Schaap ging – werden ook door de redactie benaderd. Volgens de eindredacteur wilden zij niet in de uitzending komen, maar is informatie uit die gesprekken wel in de vragen van de presentator opgenomen. Er werd dus wel tegenspraak verwerkt. Dat had meer kunnen zijn, maar het is niet zo dat tegengeluid ontbrak. Ook de woordvoerder van het korps zei dat “er best kritische vragen” bijzaten.

Zijdelings betrokken

Als direct betrokkenen niet willen aanschuiven, kan je als programmamakers besluiten om personen met algemene kennis van zaken om een reactie of toevoeging te vragen. Maar dat is eerder een keuze dan een verplichting. Het is niet per definitie noodzakelijk je tot zijdelings betrokkenen (of zelfs degenen die zich in algemene zin aangesproken voelen) te wenden. Schaap werd in dit interview niet bevraagd over DE brandweer in het algemeen, maar over een specifiek korps. Onder de groep klagers waren veel  oud-brandweerlieden, en ze waren afkomstig van andere korpsen. Niet iedere brandweerman kan een per definitie relevant weerwoord geven.

Tijdens de uitzending zat een groep brandweerlieden op de tribune, maar die lieten zich niet horen. Klagers verweten dat de redactie, maar schreven ook dat binnen de brandweer disciplinaire afspraken gelden over het geven van commentaar in de media. Dat laatste kan de redactie niet verweten worden. En wat het eerste betreft: er is in de studio altijd een microfoon aanwezig voor spontane publieksopmerkingen. Die kunnen dus gemaakt worden, al worden ze vanwege een strakke uitzending niet expliciet aangemoedigd, zei de eindredacteur.

In dit geval wist de redactie wel dat er brandweerlieden op de tribune zaten, maar werd er niet voor gekozen om alsnog te vragen of iemand uit die groep aan wilde schuiven. “Op dat moment vonden wij als redactie dat we een goed gesprek konden voeren zonder een persoon aan tafel die tegengeluid zou moeten bieden. Tegengeluid van het betrokken korps zelf zat in de vragen die gesteld zouden gaan worden,” zei de eindredacteur.

Na de uitzending

De redactie heeft in de dagen na de uitzending opnieuw contact gezocht met het relevante korps. “Volgens ons misschien nog wel belangrijker, omdat de aandacht die het gesprek met Schaap getrokken had aan een gesprek met nu alleen de brandweer voor het grote publiek meer impact zou geven,” zei de eindredacteur. De brandweerwoordvoerder zei dat er inderdaad een interviewverzoek van Pauw  is binnengekomen na de start van de nieuwe commandant, maar dat die er bewust voor koos alleen intern te reageren.

Daarmee werd het onderwerp als afgerond beschouwd, door het korps zelf en door de redactie. Een tweede uitzending met misschien meer op afstand betrokkenen werd minder ter zake doend geacht. Dat kan op zich jammer zijn, maar het is niet laakbaar en het is de keuzevrijheid die een redactie heeft.

De eindredacteur dacht nog hardop verder nog over organisaties die niet reageren. “Ik zie het als een manifestatie van het huidige angstige optreden van voorlichters. Even in de luwte blijven als je besproken wordt en hopen dat het overwaait. Frustrerend voor ons, voor het publiek dat zich een beeld wil kunnen vormen bij het nieuws, en, misschien het vervelendst, voor betrokkenen zelf die moeten meemaken dat hun organisatie geen weerwoord in de media heeft. Klager zou dus mijns inziens zijn klachten moeten richten aan de eigen organisatie in plaats van aan ons.” In het algemeen herken ik die frustratie wel, want als de ter zake doende persoon of organisatie ervoor kiest om geen reactie te geven, houdt iedereen daar uiteindelijk een onbevredigd gevoel aan over.

Spaanse inquisitie

Het klopt dat er geen tegenstem aan tafel zat tijdens het gesprek van Pauw met Leen Schaap. En het klopt dat Schaap de ruimte kreeg om zijn verhaal te vertellen. Er is verschil van mening tussen de redactie en de brandweerwoordvoerder over of het korps voor de uitzending officieel benaderd is voor weerwoord. Maar voor het korps had het in de praktijk niet uitgemaakt: men wilde niet aanschuiven, ook niet toen na de uitzending nog een interviewverzoek aan de nieuwe commandant werd gedaan. Van andere betrokkenen die niet in de uitzending wilden, werd informatie in de vragen van Pauw verwerkt.

Er is door de redactie scherp gekozen welk weerwoord voor dit specifieke gesprek als relevant gezien werd: die van het betrokken korps. Hierdoor vielen andere, zijdelings betrokken personen af als gesprekspartners. Dat kan je jammer vinden want het had een ander gesprek kunnen opleveren, maar het maakt de gemaakte afweging niet onterecht of opzettelijk schadelijk.

Het tegengeluid had nog explicieter in de vragen verwoord kunnen worden, maar afwezig was het niet. Had het tegengeluid in een spervuur van kritische vragen gezeten, dan was dit onderdeel van de uitzending geen gesprek geweest, maar een Spaanse inquisitie. Dat het programma dat niet wilde, is een keus die de redactie vrij staat.