18 August 2021

PowNed en de kwalificatie van tweets

Als je in journalistieke publicaties kwalificaties gebruikt, dan moet dat volgens de feiten, gangbaar taalgebruik en correcte definities. Bij het kwalificeren van tweets als ‘antisemitisch’ ging het bij PowNews op dat laatste punt mis.

De klacht

Eind mei maakte PowNed voor het programma PowNews een item waarin gereageerd werd op twee tweets van voormalig politicus Tofik Dibi. Volgens de PowNews-verslaggever en enkele sprekers in het item hadden de tweets van Dibi “een antisemitisch karakter”. Een aantal kijkers klaagde daarover bij mij. In het item werden de tweets van Dibi als antisemitisch bestempeld, klagers stelden dat daar geen bewijs voor was. Door ze zo wel te kwalificeren maakte PowNed een associatie tussen Dibi en antisemitisme die onjuist, gekleurd en partijdig was. Verder was er gebrek aan wederhoor (Dibi kreeg zelf niet de gelegenheid om te reageren), en de keuze voor deskundigen in het item was zeer eenzijdig.

Op mijn verzoek antwoordde de eindredacteur van PowNed de klagers. Op één onderdeel (niet vragen om wederhoor) kon hij de klacht wegnemen (Dibi was gevraagd om wederhoor maar was op dat verzoek niet ingegaan). Op het ‘antisemitisch karakter’ van de tweets ging hij niet in. Dus bleven voor klagers de overige punten (onethische, onjuiste en tendentieuze journalistiek, in strijd met de beginselen van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek) staan. Ik legde het item langs de Journalistieke Code.

Niet antisemitisch

Om feitelijk de kwalificatie ‘antisemitisch’ te rechtvaardigen zouden de tweets – volgens zeer diverse bronnen waaronder woordenboeken, encyclopedieën, CIDI, antiseminisme.nu (een website onder verantwoordelijkheid van het NIOD) en IHRA (de International Holocaust Remembrance Alliance) – moeten getuigen van Jodenhaat, een beeld geven van Joden dat zich uit in haat tegen Joden, een anti-Joodse overtuiging uitdragen of gebaseerd zijn op stereotypen over Joden.

De eerste tweet ging over Tweede Kamerleden die bij een bijeenkomst op de foto gingen met een Israëlische vlag. De twitteraar wenst hen buikgriep toe. Niet fraai. Maar gericht op de opstelling van de Kamerleden, het CIDI en Israël, niet anti-Joods. Dergelijke kritiek is niet per definitie antisemitisch.

Bij de tweede tweet werd een foto van kakkerlakken gebruikt bij een opmerking over De Telegraaf. Door de vaker gelegde connectie tussen kakkerlakken en een stereotype aanduiding van Joden als ‘ongedierte’ dat bestreden moet worden, zou deze tweet met enige geestelijke gymnastiek als antisemitisch begrepen kunnen worden. Maar dat kost enkele stappen. Je moet dan ook de associatie van De Telegraaf met Amsterdam en vervolgens met Joden maken. Overigens gaf de twitteraar in een vervolgtweet van een week later expliciet aan dat de tweet niet naar joodse mensen verwees, maar die extra uitleg was blijkbaar volgens hemzelf nodig, zelfs nog één week na de PowNed-uitzending.

De tweets kunnen dus niet (of niet simpelweg) als antisemitisch gekwalificeerd worden. Het mag de mening van sprekers in een item zijn (over die mening gaat de ombudsman niet), dat moet dan duidelijk gemaakt en aan hen toegeschreven worden. Dat kan in de vorm van een quote, zoals in het item gebeurde. Maar in dit geval nam de verslaggever als eerste de kwalificatie in de mond, zij plakte de term ‘antisemitisch karakter’ op de tweets en de deskundigen en vox pop reageerden erop. De verslaggever heeft zich volgens de journalistieke code aan de feiten (en geldende definities) te houden, en dat gebeurde hier niet.

Redactionele vrijheid

De eindredacteur van PowNed ging in zijn antwoord niet in op het in dit geval niet juist zijn van de aanduiding ‘antisemitisch karakter’ van de tweets. Wel gaf hij aan dat het item wilde ingaan op de ophef en vragen in de Amsterdamse gemeenteraad over de tweets, en daarop ‘kundig’ geachte mensen en ‘de stem van het volk’ liet reageren. Een aanpak en journalistieke instrumenten die andere programma’s en omroepen ook kiezen, ‘wij zijn daarin niet anders’ dan andere media, schreef hij.

Dat laatste doet niet ter zake, en dat is ook niet waar de klacht zich op richtte. Het eerste (een item maken over ophef en gemeenteraadsvragen) is de gelegitimeerde keuze van een programma die binnen de redactionele vrijheid valt, net zoals de keuze voor de opgevoerde deskundigen en vox-pops. Wel kunnen de keuzes voor de deskundigen, de gebruikte vox pops en daarmee de toon van het item in dit geval eenzijdig genoemd worden. Maar dat kan binnen het publieke bestel, niet elk afzonderlijk item moet altijd alle kanten aan een issue laten zien.

Wie vervolgens de hoeveelheid producties van de betrokken omroep bekijkt, komt ook items met een compleet tegengestelde insteek tegen. Dat de omroep, zoals de eindredacteur schrijft, hecht aan pluriformiteit in opvattingen en geluiden kan inderdaad eenvoudig onderbouwd worden.

Conclusie

Er is bij PowNed geen sprake van systematische, steeds dezelfde laakbare eenzijdigheid. Hooguit van een voorliefde voor ophef, aan welke kant van een spectrum die zich ook bevindt. De omroep mag die ruimte geven in journalistieke publicaties, maar dat dient dan bij de publieke omroepen op basis van de feiten en correcte terminologie en woordgebruik te gebeuren. Bij dat laatste ging het hier niet goed.

Naschrift

Na publicatie van deze uitspraak meldde zich degene over wie het PowNews-item ging bij mij: Tofik Dibi, de afzender van de onterecht als antisemitisch gekwalificeerde tweets. Hij las dat ik een klacht over gebrek aan wederhoor niet had onderzocht omdat de klagende kijker die bij mij had laten vallen nadat de eindredacteur van PowNews de volgende toelichting had gegeven: Dibi was wel om wederhoor gevraagd maar hij was op die uitnodiging niet ingegaan. Dibi schreef mij nu dat hem nooit om wederhoor is gevraagd.

Dus ging ik even terug naar PowNews. De eindredacteur reconstrueerde dat Dibi gebeld was op het bij de redactie bekende nummer. Er werd niet opgenomen en dus was de voicemail ingesproken. Toen daar geen reactie op kwam is het item afgerond en uitgezonden zonder een reactie van Dibi. Op mijn vraag of er misschien nog een appje of iets anders was gestuurd, gaf de eindredacteur aan dat de WhatsApp van Dibi niet functioneerde op het gebruikte nummer. Omdat men de kans klein achtte dat Dibi bij PowNed zou willen reageren, was verder geen actie ondernomen. Maar Dibi was dus zeker wel benaderd. “Zoals we dat altijd doen,” schreef de eindredacteur. 

Ik was er niet bij, dus ik kon het allemaal maar voor een deel checken. De WhatsApp van Dibi heeft die dag wel andere berichten van journalisten ontvangen, ik mocht ze vertrouwelijk inzien. Het zou dan wel een flink toeval zijn dat het juist PowNed niet gelukt zou zijn om hem te appen. Dibi geeft aan dat hij wel gebeld kan zijn door een hem onbekend nummer maar dat hij geen voicemailbericht heeft gevonden.  
De ombudsman heeft nu enerzijds een redactie die zegt wederhoor gezocht te hebben maar de betrokkene niet kon bereiken en besloten heeft uit te zenden omdat die betrokkene toch niet zou willen reageren. En anderzijds een betrokkene die stelt dat juist deze redactie karakteristiek vasthoudend is en je desnoods achtervolgt om een reactie te krijgen als ze dat echt willen. Nu deed men dat niet en had men “doelbewust” een eenzijdig item willen uitzenden, iets dat voor hem “beschadigend” was geweest.

Het is vervelend dat ik niet verder kan komen dan tot zo’n ‘enerzijds – anderzijds’-punt. Je kunt zeggen: laat de lezer van dit onderzoek dan zelf maar de keuze maken wie gelijk heeft. Toch wil ik stellen dat het bij een stevige aantijging als ‘antisemitisme’ wel gepast is om behoorlijk moeite te doen om wederhoor te krijgen. En uitgaan van het vermoeden dat de ander toch niet zal willen reageren is geen sterk argument, want dat weet je niet als het je niet expliciet is gezegd. Maar dat de redactie doelbewust eenzijdig en beschadigend heeft willen zijn, daarvoor is geen onderbouwing. Misschien is de beste tip dan wel om elkaars telefoonnummers een keer te checken.