11 July 2022

Privacybescherming en wederhoor in De Hofbar onvoldoende

De gemeente Ede klaagde over privacy schending en het niet juist toepassen van wederhoor in een uitzending van De Hofbar. De omroep probeerde snel de privacy schending te beperken. Toch wilde de gemeente een uitspraak van mij. De klacht was gegrond, maar uiteraard goed dat de omroep zelf al in actie kwam.

De gemeente Ede diende een klacht in naar aanleiding van een uitzending van De Hofbar (PowNed, 30 maart 2022) waarin de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning aan de orde kwam, geïllustreerd met behulp van een voorbeeldcasus uit die gemeente. De uitzending liet zien dat veel patiënten met ALS erg lang (té lang, stelde het programma) op aanpassingen aan hun woning moeten wachten. De gemeente klaagde over het niet juist toepassen van het principe van wederhoor en het schenden van de privacy van een gemeenteambtenaar.

De gemeente zocht contact met de makers van het programma, en op een aantal aspecten van de klacht werd direct actie ondernomen door de producent en omroep. Naam en beeld van de ambtenaar werden geanonimiseerd; de makers realiseerden zich dat gebruik van naam en beeld voor goed begrip van het verhaal inderdaad niet nodig geweest was.

De gemeente wilde, ondanks de uitgevoerde aanpassingen in het programma, toch een uitspraak van de ombudsman. Enerzijds omdat correctie achteraf goed is maar de oorspronkelijke journalistieke handeling volgens de gemeente daarmee niet de “klachtwaardige” aard verliest. En anderzijds omdat op het verwijt van het niet juist toepassen van wederhoor niet werd gereageerd. Ik heb de klacht onderzocht, omdat over het eerste nog wel wat extra te zeggen viel en het tweede inderdaad om een uitspraak vroeg.

 

Privacy schending

Bij een oordeel over schending van de privacy van de gemeenteambtenaar is allereerst, zoals bij alle kwesties die de privacy betreffen, de vraag hoeveel detaillering in persoonsgegevens nodig is voor een correct begrip van het journalistieke bericht. In dit geval (het illustreren van de gebrekkige uitvoering van de WMO aan de hand van een specifieke casus) voegde gebruik van de naam (in geluid en op beeld) van een ambtenaar die het WMO-loket in Ede bemenst geen informatie toe die absoluut noodzakelijk was voor goed begrip van het item.

Het belang van een publicatie kan op zich belangwekkend genoeg zijn om de privacy van een voor een casus echt verantwoordelijke persoon te schenden, maar dat was deze ambtenaar niet. De problemen waartegen een cliënt oploopt bij contact met het WMO-loket konden ook geïllustreerd worden zonder de naam te noemen van de ambtenaar achter het loket.

Dat was de omroep/het programma ook snel duidelijk, en dus was op moment dat de klacht van de gemeente bij mij binnenkwam feitelijk al gedaan wat na uitzending nog mogelijk was: ‘blurren’ (onherkenbaar maken) van de naam in de via website en eigen archief beschikbare versie van het programma. Er is daarnaast ook nog de mogelijkheid om een item voor hergebruik te ‘blokkeren’ in het (ook voor breder gebruik beschikbare) archief van het Instituut voor Beeld en Geluid. Dan kan een derde partij het origineel ook niet meer gebruiken.

Ik heb de omroep gevraagd dat ook nog te doen. Verder heeft de omroep aangegeven dit aspect van privacy (hoeveel persoonlijke informatie heb je nodig om een verhaal of item voldoende begrijpelijk en correct bij je publiek te brengen) nog eens extra onder de aandacht van redacties te brengen.

De gemeente wees in de klacht nog op de persoonlijke impact van de uitzending op de ambtenaar en diens omgeving (familie werd op het bericht aangesproken). Hoezeer ik die opmerking ook snap, ik moet hierbij een principiële kanttekening maken: wat een derde met een journalistiek bericht doet, kan nooit zonder meer de journalist verweten worden.

 

Wederhoor

De gemeente lichtte toe twee dagen voor de uitzending benaderd te zijn voor wederhoor, maar aangegeven te hebben niet op een individuele casus te zullen ingaan. Hoe in het algemeen wordt omgegaan met zaken zoals in het programma werd wel beschreven, plus nog wat andere aspecten aan woningaanpassingen. Van die reactie van de gemeente zou in de uitzending niets zijn opgenomen. De programmamakers gaven mij aan tijdens het maakproces met veel organisatie contact te hebben en niet iedereens mening te kunnen meenemen. Wederhoor was gevraagd aan de voor de WMO verantwoordelijke staatssecretaris.

Nu ging het hier niet om zomaar ‘iedereens’ mening, maar om die van een gemeente die een verwijt gemaakt werd. Wat een aanvaardbare hoeveelheid of vorm van wederhoor is, daarover zeggen journalistieke codes en leidraden niets. Maar als je een organisatie of persoon iets verwijt of ergens van beschuldigt, moet er ruimte voor diens wederhoor zijn.

Ook als dat wederhoor als een dooddoener kan klinken (‘we kunnen niet op individuele gevallen ingaan…’) en naar je gevoel niet veel toevoegt? Ja. Want opnemen van zo’n uitspraak voegt wel degelijk iets toe. Je laat als journalist zien dat je (zoals het hoort) geïnteresseerd was in wat de andere partij te zeggen had, daarnaar gevraagd hebt en daar graag ruimte voor gemaakt had. En je laat zien wat de andere partij aangaf als reden waarom er niks over deze zaak gezegd kon worden. Soms is het stellen van de vraag belangrijker dan het gekregen antwoord. Slim publiek trekt dan zelf een conclusie: of dit een terechte reden was om geen informatie te geven of dat dit zo’n beroemde dooddoener was.

Het was hier een kleine moeite geweest aan te geven dat de gemeente over individuele gevallen geen mededelingen wilde doen, en het was van journalistieke meerwaarde geweest in het verhaal. De omroep zegde me toe redacties ook hiervan sterker bewust te maken.

Tot slot

De klacht van de gemeente Ede was gegrond. Maar uit de gang van zaken blijkt ook dat het altijd goed is als klagers en programmamakers eerst zelf over een ontstaan journalistiek-ethisch issue contact hebben vóór de ombudsman in te schakelen. Dan kunnen zaken die beter met spoed opgelost worden (en privacyaspecten kunnen dat per definitie) door een omroep sneller worden opgepakt.

Dat gebeurde nu. Daarmee wordt een privacy schending niet ongedaan gemaakt, maar wel zo snel als kan voor verdere verspreiding behoed. “Minimize harm”, zegt een van de oudste journalistieke codes ter wereld (die van de Amerikaanse Society for Professional Journalists, stammend uit 1926). Dat geldt zeker in dit soort gevallen.