07 december 2021

Sombermans troef?

Het kon geen toeval zijn dat de eerste van een aantal bijna identiek verwoorde e-mails binnenkwam pal ná de zoveelste coronapersconferentie van het kabinet. Veel dat net open was moest alweer dicht om de hoeveelheid besmettingen terug te dringen, december ging er op slag een stuk donkerder uitzien. “Ombudsman, waarom is het nieuws áltijd negatief? Ik word er depressief van.” Ik voel mee met de schrijvers, maar het is niet de taak van de journalist om de natie op te beuren.

Het waren onder meer ouders van pubers die me opzochten met de oproep tot een positievere toon in nieuwsuitzendingen. “Ik zou zo graag weten of ook wordt onderzocht wat het effect is van weken aaneen lange uitzendingen over corona en andere ellende. Mijn omgeving wordt er ziek van en mijdt het nieuws. Mijn pubers worden depressief, ze kijken niet meer naar ‘het nieuws’. Wat zou het effect zijn van positief, innovatief, inspirerend nieuws?”

Een ander schreef dat “de journalistiek en dan zeker het journaal van Nederland een belangrijke rol kan en zou moeten innemen, die ondersteunend is in plaats van maar nieuws blijven brengen dat bang, banger en boos blijft maken. Ik weet dat ik lang de enige niet ben die er zo over denkt. Dat mensen niet meer naar het nieuws kijken omdat ze het niet meer trekken.”

Nieuwsmijders
Dat onderzoek naar het effect van negatief (corona)nieuws werd en wordt inderdaad gedaan. Zo keek de Hogeschool Utrecht specifiek naar nieuwsconsumptie in de eerste maanden van de pandemie. Na een collectieve piek in de behoefte aan nieuws en informatie groeide – toen de crisis voortduurde – ook de groep die het gevoel kreeg overladen te raken. Die nam ‘een pauze’ van het nieuws of besloot het helemaal niet meer te volgen. Jongeren, en dan met name jonge vrouwen bleken vaker dan andere groepen op de pauze- of de stopknop te drukken.

Mensen die negatieve gevoelens aan nieuws overhielden, gingen meer het nieuws mijden. Wanneer er dan vervolgens minder nieuws geconsumeerd werd, gingen mensen in die groep zich beter voelen. Die laatste uitkomst klinkt logisch maar was nog niet eerder in een onderzoek meegenomen.

De resultaten wijzen op een dilemma, schreven de onderzoekers. Hoeveel nieuws hebben burgers nodig om goed geïnformeerd te zijn zonder dat hun mentale welzijn eronder lijdt? Daar is natuurlijk geen éénduidig antwoord op. Er was een positieve noot: burgers weten dat er altijd nieuws beschikbaar is – zeker in deze tijd van omroepen, internet, sociale media en kranten – maar ook dat het gezond kan zijn af en toe even te matigen of stoppen met de consumptie.

Blij, positief of constructief
Het onderzoek naar nieuwsmijding gaat volop door, nationaal en internationaal. Maar hoe staat het met het veronderstelde opbeurende effect van positief nieuws? Begin jaren negentig werkte ik op de uitstekende, zeer professionele nieuwsredactie van de commerciële omroep toen de Luxemburgse directeur bij de redactie kwam pleiten voor meer “happy news”, en dan graag op zondagavond om zeven uur. Dan zouden Nederlandse vrouwen niet meer met het bord op schoot naar voetbal willen kijken, en dan zouden hun echtgenoten vanzelf volgen naar net vier.

U kunt zich de reactie op de nieuwsvloer voorstellen: hou op, zo werkt journalistiek niet. En het gebeurde dus ook niet, de redactie was autonoom en de hoofdredactie bepaalde zelf de koers. Happy news als verkooptactiek of medicijn tegen hooligans, we kunnen in (en aan de kijkcijfers van) NOS Studio Sport zien dat het niet gewerkt heeft.

Maar zonder gekheid: er is interesse voor en onderzoek naar nieuws met een andere toon. Want waarom steeds of alleen de problemen melden, zou je niet een stap verder moeten zetten en met de blik op de toekomst berichten over oplossingen? Gelouterde buitenlandse reporters gaven dit journalistieke beestje een jaar of tien geleden als eerste een eigen etiket: constructive of solutions journalism. Constructieve journalistiek doet geen oogkleppen op voor honger, oorlog, rampen of racisme. Maar stelt wel andere en extra vragen aan bronnen en neemt oplossingen mee in de berichtgeving. Hogeschool Windesheim heeft binnen de opleiding journalistiek een lectoraat opgezet voor onderzoek naar nieuws dat niet altijd ‘conflictgedreven’ is.

Wat kan de journalist ermee?
Studies laten zien dat positief nieuws een hele serie bijwerkingen kan hebben. Zo schrijft een onderzoeker: “het promoot optimisme, hoop, zelfvertrouwen, actieve en groeiende betrokkenheid en verbondenheid.”

Wie kan hier nu tegen zijn? Toch kom je het in de Nederlandse journalistiek maar mondjesmaat en incidenteel tegen. Andere journalistieke vragen vind je bijvoorbeeld in De Correspondent. Vooruitkijken, het onderzoeken van oplossingen wordt ook bij de publieke omroepen maar af en toe gedaan. VPRO’s Tegenlicht doet het. En laat nou juist dát programma heel goed aan het buitenland verkocht worden, zo hoorde ik onlangs van de mensen die dit voor de NPO doen. De behoefte aan de bijzondere, toekomstgerichte blik van juist deze programmamakers is er en trekt zich van grenzen blijkbaar niets aan.

Maar het is voor veel journalisten blijkbaar nogal een stap, constructief berichten. Is het, om te beginnen, je taak als journalist om de natie op te beuren? Nee, zegt de beroepsgroep, de eerste taak van de journalistiek is nieuws brengen, informeren, zo nauwkeurig als kan. En ga je als journalist dan bepalen wat een goede oplossingsrichting is? Je kunt je publiek beter zo volledig en veelzijdig mogelijke informatie geven, dan kan het publiek zélf bepalen welke kant het op moet.

Uiteraard is het nooit alles of niets. Mijn e-mailend publiek gaf zelf al aan dat het een kwestie van maatvoering is. “Mijns inziens klopt de slogan ‘goed nieuws is geen nieuws’ niet,” schreef een kijker. “Natuurlijk moet slecht nieuws ook gemeld worden. Maar ik denk dat het de samenleving erg zou helpen als het evenwicht werd hersteld en goed nieuws ook (juist!) nieuws kan zijn. Om bij mensen (jongeren!) het vertrouwen in de toekomst ook te voeden.”

Een van de schrijvende ouders liet weten: “Mijn pubers kijken wel naar NU.nl. Die hebben een keer een rubriek ‘goed nieuws’ gehad. Maar die is weer weg. Misschien omdat er weinig reactie op kwam?” Ik zocht het na, en het goede nieuws is niet weg. Nu.nl maakt nog steeds “wekelijks op zaterdag de balans op van het positieve en vrolijk makende nieuws van de afgelopen week.” Omdat door het slechte nieuws dat meestal de voorpagina domineert het goede nieuws soms ondersneeuwt, zegt de site. Hoe goed de berichten gelezen worden kan ik van de buitenkant niet zien, maar je kunt je er speciaal voor aanmelden.

Niet óf óf
“Ik hoop op een experiment met gunstig nieuws,” schreef een ouder me. Ik sta op zich sympathiek tegenover die suggestie. Maar niet in plaats van het huidige aanbod aan nieuws- en actualiteitenprogramma’s. De rol van ‘het journaal van Nederland’ is niet ondersteunend. Van wat of van wie dan? De eerste journalistieke taak blijft het brengen en duiden van het nieuws: dat wat urgent is, nog niet bekend, belangrijk voor het brede publiek en wat afwijkt van het gangbare. En dat kan goed of slecht nieuws zijn (maar vaak toch slecht, want blijkbaar blijft het meeste in de wereld goed gaan).

Hiernaast is zeker ruimte voor iets meer of iets anders. Is er een publieke omroep die de handschoen wil opnemen? Niet in de vorm van entertainment of een poeslieve lifestyle rubriek, en dus zeker niet als vervanging van het journaal. Maar wel voor de geestelijke variatie. Kijk ter inspiratie nog eens naar de manier waarop de beroemde Zweedse statisticus Hans Rosling een breed publiek cijfers en feiten liet zien.

Weet u overigens aan welk programma van de publieke omroepen in het buitenland de meeste behoefte bestaat? EO’s Rail Away is het best verkochte programma aller tijden. Niet direct journalistiek, maar rustgevender en positiever dan dat maken we het al vijfentwintig jaar niet in Nederland…