Logo

Stroomstootophef

TV, BNNVARA, Op1
30 maart 2023
Als journalist is het je taak om lezer, luisteraar of kijker zo goed mogelijk te informeren. Ook in de Journalistieke Code van de Publieke Omroepen is dit het onderliggende uitgangspunt. Zo moet duidelijk zijn wanneer iets een feit is en wanneer een mening. Het feit vraagt om een bronvermelding en de mening vraagt om onderbouwing. En als er een beschuldiging wordt gedaan is het belangrijk dat de beschuldigde partij de kans krijgt om zich te verweren. Dit laatste is het principe van wederhoor. Maar wat is nu precies wederhoor en hoever moet je daar in gaan?

 

Hoe belangrijk wederhoor is in een journalistiek gesprek bleek maar weer in de uitzending van Op1 (BNNVARA) van 13 januari jongsleden. Aan tafel zaten Tweede Kamerlid Sylvana Simons en advocaat Gerald Roethof. Het gesprek ging over het gebruik van het stroomstootwapen door de politie. Aanleiding was de dood van Keenan Anderson, die in Amerika om het leven kwam nadat de politie een stroomstootwapen had ingezet bij zijn arrestatie. Maar het gesprek ging niet alleen over de situatie in Amerika. Er werd ook uitgebreid stilgestaan bij de inzet van het wapen door de Nederlandse politie. En het was dit gedeelte van het gesprek dat (een deel van de) kijkers in verwarring achterliet.

Verschillende mensen meldden zich na de uitzending bij de Ombudsman. Volgens klagers werd in dit deel van het gesprek de journalistieke code geschonden. Zo zouden er onvoldoende kritische vragen zijn gesteld door de presentatoren en er zou geen ruimte zijn geweest voor de visie van de Nederlandse politie. Of, zoals één van de klagers schreefIn uw uitzending werden door de twee gasten zeer polariserende en onjuiste stellingen aangenomen en doordat wederhoor ontbrak ook voor waar aangenomen.”  Er was bij deze klagers duidelijk behoefte aan de visie van de politie op het wapen.


Een oude video als ‘wederhoor’

In het gesprek kwamen niet alleen de twee gasten aan het woord, maar werd er ook een filmpje getoond afkomstig van de Nederlandse politie. In het filmpje werd door de politie gesproken over de voordelen van het stroomstootwapen. In een eerste reactie van BNNVARA aan de klagers werd dit opgevoerd als de visie van de politie en dus als ‘wederhoor’ op wat er door de twee gasten aan tafel over het onderwerp werd gezegd.

Waarom was hiervoor gekozen en niet voor bijvoorbeeld iemand van de politie aan tafel? Een extra vraag hierover aan de redactie door de Ombudsman leverde een verdere verduidelijking op van hoe de voorbereiding  van het gesprek verlopen was. Er was wel degelijk een redacteur op zoek gegaan naar de visie van de politie, maar er werd uiteindelijk geen contact gelegd met de politie zelf. In plaats daarvan werden eerdere rapporten van de politie opgezocht en werd in de uitzending het filmpje getoond.

Het kan bij een talkshow – een programma met een snel format, hoge werkdruk en korte voorbereidingstijd – voorkomen dat je niet álles uitgebreid kan checken. De keuze voor het filmpje had voldoende kunnen zijn als men er zeker van kon zijn dat dit nog altijd de visie van de politie was. Dat had echter wel gecheckt moeten worden. Hier lijkt dat namelijk niet het geval.

Zo schreef de politie naar aanleiding van de uitzending op haar website“Dat er nog veel onduidelijk is over de inzet van het stroomstootwapen door de politie in Nederland bleek afgelopen vrijdag 13 januari in de uitzending van Op1. Zowel redactie, presentatoren en enkele gasten bleken onvoldoende tot niet op de hoogte van de inzetcriteria, werkwijze en een langlopende pilot. … Wij hadden graag de mogelijkheid gehad om zelf uitleg te geven en vragen te beantwoorden.”

Had de redactie er dan voor moeten kiezen om iemand van de politie aan tafel uit te nodigen? In de Journalistieke Code zal je er niets over vinden. Wie uitgenodigd wordt aan tafel valt namelijk onder de redactionele autonomie. De Ombudsman zal daar dan ook geen oordeel over geven. Wat wel in de code staat is wanneer er aan wederhoor gedaan moet worden.


Wederhoor volgens de Code

De Journalistieke Code is over wederhoor duidelijk. Zo staat er dat mensen de gelegenheid moeten krijgen om te reageren, bij voorkeur in dezelfde publicatie. Waar dit vooral een rol speelt, is als er beschuldigingen worden gedaan aan het adres van een persoon of, in dit geval, een organisatie. In de uitzending van Op1 werden, met name in het tweede deel van het gesprek, een aantal uitspraken gedaan die in de richting komen van een beschuldiging aan het adres van de Nederlandse politie.

Zo werd gezegd dat de politie het stroomstootwapen veel te snel inzet en dat mensen in Nederland steeds vaker slachtoffer worden van politiegeweld. Ook werd gezegd dat er geen duidelijke kaders zijn voor de inzet van het wapen. Als de politie aan tafel had gezeten, had hier toelichting gegeven kunnen worden. Dat had een beter gesprek opgeleverd en had verwarring bij de kijker kunnen worden voorkomen. De kijker had immers meer informatie gekregen. Het getoonde filmpje bood niet voldoende tegenwicht aan wat er aan tafel gezegd werd.

Ook was er aanleiding om meer door te vragen door de presentatoren. Er zijn geen duidelijke richtlijnen in de Code te vinden over hoe een dergelijk gesprek gevoerd zou moeten worden, maar wel staat er in dat de journalisten van de NPO een duidelijk onderscheid moeten maken tussen feiten en meningen. Hier was niet duidelijk of de twee gasten slechts hun gedachten de vrije loop lieten over het gebruik van stroomstootwapens of dat ze feiten opnoemden. Doorvragen had de kijker hierover meer duidelijkheid gegeven.


Het vervolg

Opmerkelijk en goed om te noemen is dat het gesprek bij Op1 een staartje kreeg. De politie heeft de beide gasten en de presentatoren van de uitzending uitgenodigd om langs te komen bij een training met het stroomstootwapen. De presentatoren en advocaat Roethof zijn op die uitnodiging ingegaan, al heeft dat aan het standpunt van Roethof uiteindelijk niets veranderd. Simons is niet op de uitnodiging ingegaan, maar heeft in plaats daarvan een uitgebreid opinieartikel in het NRC geschreven.

Dat mensen die klagen en de makers van een productie de tijd nemen voor elkaar, is wat de Ombudsman altijd wenst. Deze actie van zowel de politie, als de presentatoren en Gerald Roethof is te prijzen. De presentatoren laten hiermee zien dat zij tijd willen besteden aan het reflecteren aan de hand van opmerkingen zoals die van de politie. Je zou ook kunnen overwegen die reflectie een plek te geven op de website van Op1. Die is vrij uitgebreid, maar daar is geen vraag- of opmerkingenportaal. Hier zou ook ruimte kunnen zijn voor een journalistieke verantwoordingspagina, waar eventuele gemaakte keuzes kunnen worden uitgelegd en aan bronvermelding zou kunnen worden gedaan.


Conclusie

De uitzending van Op1 van 13 januari was duidelijker geweest als ruimte was gegeven aan de reactie van de politie op het verhaal van de beide gasten aan tafel. Het getoonde filmpje was niet voldoende om ook de visie van de politie goed naar voren te brengen. Nu bleef voor de kijker onduidelijk of wat er door beide gasten gezegd werd klopte en waar het eventueel botste met de visie van de politie. Hier was het dus aan de presentatoren om meer door te vragen naar de bronnen van de gasten. Nu was voor de kijker onvoldoende duidelijk dat het hier ging om de mening van de gasten en niet om vaststaande feiten.

Is het oorlog of genocide?
Weinig ruimte voor studiogast
Publiek zoekt Bron
Asielzoekers in Kijkduin: een "rode loper" zonder context
Ombudsman, mag dit weg? Dat is nog niet zo makkelijk.
Het interview als Zwitsers zakmes
Deel deze pagina
Omroepen
AVROTROS