Logo

Verkiezingen 2023. Deel 1: Wie zat waar?

12 juni 2023

“Het uitnodigingenbeleid van tv-redacties is anno 2023 echt net zo voorspelbaar als de afloop van Married at First Sight.”  zo verzuchtte TV-columnist Angela de Jong een paar dagen voor de verkiezingen in maart. “Nog zes lange dagen tot de verkiezingen, maar ik ben ze nu al helemaal zat. Al die plichtmatige verkiezingsdebatten. Al die opportunistische bezoekjes van politieke kopstukken aan Nieuwsuur of Vandaag Inside. Ineens maakt het de Haagse dames en heren geen bal meer uit waar ze zitten, als ze hun verkiezingsriedel maar kunnen afsteken.”

De Jong zal vast niet de enige zijn geweest die vond dat er wel erg veel politici op TV waren in de weken voorafgaand aan de Provinciale Statenverkiezingen, zowel bij de commerciëlen als bij de NPO. En wie er precies aan tafel zit bij de verschillende programma’s van de NPO is altijd een punt van veel discussie. Zo denkt de één te zien dat de OP1-tafel iedere avond alleen maar gevuld is met D66’ers en de volgende ziet juist het FvD overal en nergens verschijnen.

De kijker heeft als het over de politiek gaat bij de NPO vaak een gekleurde bril op. De eigen partij komt nooit genoeg aan het woord en de andere partij altijd te veel. Om er echt iets over te kunnen zeggen, zullen we moeten turven. En dat is precies wat de Ombudsman met haar team in de weken voorafgaand aan de verkiezingen heeft gedaan. Vooral ook omdat er dus regelmatig geklaagd wordt over die politieke uitnodigingen.

Het onderzoek

Net als bij vorige verkiezingen heeft de Ombudsman bijgehouden wie er allemaal voorbijkwamen in enkele van de belangrijkste journalistieke programma’s van de NPO op radio en TV. Het gaat om de volgende programma’s:

EenVandaag

AVROTROS

OP1

EO, BNNVARA, WNL, MAX

Nieuwsuur

NOS / NTR

Spraakmakers

KRO-NCRV

Ongehoord Nieuws

Ongehoord Nederland

Khalid & Sophie

BNNVARA

Nieuws&Co

NOS / NTR

Goedemorgen Nederland

WNL

Buitenhof

AVROTROS, BNNVARA, VPRO

WNL op Zondag

WNL

De Nieuws BV

BNNVARA

Van deze programma’s is genoteerd welke partijen van 15 februari tot aan 15 maart aan tafel zaten, welke vorm de verkiezingsberichtgeving had en welke onderwerpen er voorbijkwamen. De laatste twee komen in een volgend artikel aan de orde.

De Ombudsman vindt het belangrijk om het publiek te informeren over wat de publieke omroepen op dit gebied precies deden. Daarbij is het wel goed om te vermelden dat het uitnodigingsbeleid van de programma’s en omroepen valt onder de redactionele autonomie. Dat wil zeggen dat redacties zelf mogen bepalen welke onderwerpen ze willen behandelen en wie ze daarvoor willen uitnodigen. Niemand van buiten mag zich daar mee bemoeien, dat is zo vastgelegd in de Mediawet. Dat geldt voor de politiek zelf, maar ook voor de Ombudsman. Een tik op de vingers voor een eventueel éénzijdig uitnodigingsbeleid zal er dus niet komen.

Veel aandacht voor ‘de grote drie’

Politici zijn in de weken voor de verkiezingen veel in beeld, dat valt niet te ontkennen. Alleen al in de elf programma’s die zijn meegenomen in dit onderzoek is er ruim 360 keer een politicus aan het woord. Soms is dat in de vorm van een uitgebreid gesprek aan tafel, maar soms ook in een kort interview in een reportage. Meer over de vorm en inhoud van de programma’s vindt u in dit artikel.

In de mailbox van de Ombudsman wordt er vooral over geklaagd dat D66 veel aan het woord wordt gelaten. Volgens sommige mailers zit deze partij iedere keer opnieuw aan tafel bij Op1 en Buitenhof. Maar klopt dat? De partij van Sigrid Kaag komt in totaal 49 keer voorbij. Dat is net iets vaker dan het CDA met 46 optredens in de onderzochte programma’s, maar flink minder vaak dan de combinatie PvdA/GroenLinks (62 keer) en de VVD (67). De VVD kwam dus het vaakst aan het woord. Als je de PvdA en GroenLinks los van elkaar behandelt, dan  komen er uiteraard  andere cijfers uit.

verdeling-mediaoptredens-in-procenten.png

Beide partijen kwamen elk 30 keer aan het woord en daarnaast nog twee keer als echte combinatiepartij. Verdelen we die laatste twee optredens, dan zouden zowel de PvdA als GroenLinks op 31 optredens uitkomen. Daarmee zouden ze net onder het CDA uitkomen in bovenstaande tabel, maar nog net boven JA21 (26 optredens) en BBB (20). We hebben er voor de grafieken echter voor gekozen om beide partijen samen te voegen omdat ze  landelijk gezien nadrukkelijk een gezamenlijke campagne hebben gevoerd. Dat werd dus ook weerspiegeld in de mediaoptredens.

Flink minder aandacht was er voor Volt en BvNL. Zij bungelen qua mediaoptredens bijna onderaan met elk vier optredens. Nog minder aandacht kreeg 50Plus, die slechts één keer voorbijkwam en DENK zelfs geen enkele keer. Het gaat hierbij nadrukkelijk om de landelijke partijen. Ook sommige regionale partijen zoals Lokaal Limburg en de Onafhankelijke Politiek NH kwamen aan het woord in de onderzochte programma’s, maar nooit meer dan één of twee keer. In bovenstaande grafiek vallen zij dan ook in de categorie ‘overig’. Ook 50Plus vindt zichzelf terug in deze categorie, omdat het éne optreden hen een score oplevert van minder dan één procent.

nz94G-verdeling-mediaoptredens-in-procenten (002).png

Als we de mediaoptredens in een taartvorm gieten zien we dat bijna de helft van die taart gevuld wordt door ‘de grote drie’ (VVD, PvdA/GroenLinks, D66). Samen zijn zij goed voor 49,4% van de mediaoptredens. Het is interessant om dat af te zetten tegen de machtsverhouding in de Tweede Kamer. Daar hebben deze partijen samen precies 75 zetels. Net iets meer dus dan de 49,4% die ze krijgen aan media-aandacht in de aanloop naar de verkiezingen.

Waarom de ene partij wel en de andere niet?

Is het aantal Tweede Kamerzetels dan een goede verklaring voor waarom de ene partij meer aandacht krijgt dan de andere? Om dat na te kunnen gaan moeten we kijken naar hoe dat bij de andere partijen zit. Zo heeft het CDA (nummer vier qua mediaoptredens) 14 zetels in de Tweede Kamer. Dat is zo’n 9,5% van het totale aantal Kamerzetels. Wat dat betreft krijgt het CDA dus meer aandacht dan het op basis van de zetelverdeling zou verdienen. Dat geldt ook voor de BBB. Met één zetel in de kamer had zij dus op basis van de machtsverdeling slechts ‘recht’ op iets minder dan één procent aandacht. De partij van Caroline van der Plas kreeg echter 5,5%. Het zetelaantal in de Tweede Kamer is dus geen afdoende verklaring voor de aandacht die partijen kregen van de media.

In de peilingen deed BBB het uiteraard een flink stuk beter in de aanloop naar de verkiezingen dan je op basis van die ene Kamerzetel zou kunnen verklaren. Vlak voor het begin van het onderzoek van de Ombudsman stond BBB in de peiling van Ipsos/Eenvandaag op 6,5%. Dit komt al een stuk meer in de buurt van de 5,5% aandacht die de partij uiteindelijk kreeg in de elf onderzochte programma’s. Toch is dit geen goede verklaring, want het CDA had dan juist nog minder aandacht moeten krijgen. Hetzelfde geldt voor D66 en (in mindere mate) de VVD.

Premierbonus

Dat die laatste partijen toch meer aandacht kregen is deels te verklaren door de zichtbaarheid van bewindslieden. Een flink deel van de mediaoptredens van de coalitiepartijen komt namelijk voor rekening van hun ministers en staatsecretarissen. Deze gesprekken op radio en TV gaan vaak niet over de verkiezingen, maar over hun portefeuille. Zo kwam minister Hoekstra een aantal keren voorbij als het ging over Oekraïne en was Mark Rutte regelmatig nadrukkelijk als premier en niet als VVD-leider aan het woord.

Ruim tachtig van de gesprekken in de 11 programma’s waren met één van de ministers of staatssecretarissen. Dit levert deels een vertekend beeld op, maar toch is het goed om ook deze mediaoptredens in het overzicht mee te nemen. De politieke kleur van deze ministers is namelijk wel degelijk van invloed op de kiezer. Als ze een goed optreden van Hoekstra in het buitenland zien, dan zouden mensen mogelijk eerder geneigd zijn om op het CDA te stemmen, en de VVD profiteert zo al een aantal jaar van de zogenoemde premiersbonus. Dit effect werkt echter ook de andere kant op. Een negatief optreden van een bewindspersoon kan gevolgen hebben voor de populariteit van een partij.

verdeling-coalitie-oppositie.png

Dat ministers en staatssecretarissen worden meegeteld zien we terug in het staatje voor de verdeling tussen coalitie en oppositie. Toch valt het op dat de oppositie de coalitie qua aandacht nipt verslaat. De doorslaggevende percentages komen van lokale partijen, die niet tot de vier landelijke coalitiepartijen behoren. In deze ‘provinciale’ verkiezingen komen de niet-landelijke partijen slechts 14 keer aan het woord. Zonder deze ‘kleine’ partijen zou de coalitie net iets vaker te zien zijn dan de oppositie.

Zoals al gezegd heeft het mogelijk een voordeel voor een partij als het de premier levert. De regeringsleider is immers verzekerd van media-aandacht. Hoe goed of slecht de partij er ook voor staat in de peilingen. Het is dus geen verrassing dat Mark Rutte de meeste optredens op zijn naam heeft. Hij was maar liefst 26 keer te zien bij de onderzochte programma’s. Hij laat de nummer twee (Sigrid Kaag) ver achter zich, maar zij was nog altijd 16 keer te zien. Ook Jesse Klaver (15) en Caroline van der Plas (14) hadden over aandacht niet te klagen. De top vijf wordt gecompleteerd door Joost Eerdmans van JA21 en Attje Kuiken van de PvdA, met allebei 10 optredens. Als we hier de PvdA en GroenLinks weer samenbrengen, zou de gecombineerde partijleider Klaver-Kuiken overigens 25 keer te zien zijn en daarmee bijna net zo vaak als Mark Rutte.

mediaoptredens-per-politicus.png

In totaal zijn er 27 politici die drie keer of vaker voorbijkomen in de onderzochte programma’s. De meest opvallende naam is misschien wel die van de Groninger Commissaris van de Koning René Paas, die weliswaar CDA’er is, maar met de campagne niets van doen had. Hij kwam vooral aan het woord over het parlementaire enquête-onderzoek naar de gevolgen van de gaswinning in Groningen, dat midden in de campagneperiode werd gepresenteerd.

Of Caroline van der Plas (BBB) vaak of juist weinig media-aandacht kreeg, hangt af van wie je het vraagt. Veel mensen zagen de optredens in ieder geval als één van de verklaringen voor de verkiezingsoverwinning: “de media hebben BBB groot gemaakt door Van der Plas zo vaak uit te nodigen”, zo was verschillende keren te lezen op sociale media. Zij was 14 keer te zien en is daarmee één van de koplopers in ons overzicht. Maar om vervolgens de conclusie te trekken dat de BBB daardoor zo groot is geworden, gaat wel wat ver. Dan zou immers Jesse Klaver ook zo succesvol uit de verkiezingen moeten zijn gekomen. En Joost Eerdmans net daar onder. En dat was niet zo.

Wie zat waar?

De Nederlandse Publieke Omroep is pluriform. Dat kun je vooral zien als je gaat inzoomen op een aantal van de onderzochte programma’s. BNNVARA is van oudsher progressief en dus verwacht je daar wellicht ook vooral progressieve gasten. Dat blijkt echter niet uit de cijfers. Bij Khalid & Sophie zijn GroenLinks, de PvdA en de SP samen goed voor 14% van de mediaoptredens. Los van elkaar doen al die partijen het nog minder goed dan je zou verwachten. GroenLinks scoort 8%, de PvdA 4% en de SP maar 2%.

khalid-en-sophie.png

Dan doet een traditioneel rechtse partij als de VVD het getalsmatig een stuk beter bij deze voorheen socialistische omroep. De liberale partij scoort maart liefst 36%. D66 komt daarna met 18% van de optredens bij Khalid & Sophie.

Ook andere ‘rechtse’ partijen zoals de BBB, FvD en Ja21 krijgen aandacht bij BNNVARA. Samen zelfs 18% en daarmee krijgen ze meer aandacht dan de partijen die qua politieke kleur dichter bij de omroep liggen. Daarmee kun je constateren dat bij Khalid & Sophie eigenlijk het hele politieke spectrum aan bod komt.

Bij Ongehoord Nieuws  zijn het vooral JA21, de PVV en de FVD die regelmatig aandacht krijgen. Die drie partijen zijn samen goed voor bijna de helft van alle politieke optredens. Wie puur naar de cijfers kijkt ziet dat ook D66 opmerkelijk vaak voorbijkomt. Van alle politici die bij Ongehoord Nieuws  voorbijkomen behoort 11,5% tot die partij.

Het is echter goed om een nuance aan te brengen, omdat zij daarvan geen enkele keer in de studio te vinden waren. D66 was alleen te zien in reportages of korte quotes. Datzelfde geldt voor GroenLinks, de BBB, het CDA, de VVD, de PvdA, de ChristenUnie en de Partij voor de Dieren. En ook voor ‘koploper’JA21, want vrijwel al hun optredens bij Ongehoord Nieuws  komen niet vanuit de studio.

ongehoord-nieuws.png

Meer over wat de gekozen vorm deed met de inhoud van de mediaoptredens vind je in dit artikel.

Bij Buitenhof  en Op1  valt op dat vooral het CDA veel uitgenodigd werd. Al voor de verkiezingen was wel duidelijk dat het CDA klappen zou krijgen en dit is dan ook vaak het onderwerp waarover ze aan tafel zat. Bij Op1  zijn de CDA’ers de absolute koploper, met ruim 21% van de mediaoptredens in dat programma. Meteen daar achter D66 (17,9%) en de VVD (14,3%). Met de ChristenUnie (3,6%) erbij komt de coalitie op een totaal van ruim 57%. Bij Buitenhof  is het precies andersom. Daar wint de oppositie als het om het aantal mediaoptredens gaat (58% oppositie tegenover 42% coalitie).  

op1.png

 

buitenhof.png

En zo levert het onderzoek van de Ombudsman veel cijfers op. Heel veel cijfers. Wat opvalt is dat de politici niet te klagen hadden over de aandacht die ze bij de Nederlandse Publieke Omroep hebben gekregen. Vrijwel alle partijen zijn tijdens de campagne in beeld geweest. De enige die in de statistieken van de Ombudsman niet voorkwam is DENK. Een verklaring hiervoor kan zijn dat deze partij in de meeste provincies niet meedeed.

Regionale Partijen

Datzelfde geldt natuurlijk ook voor de meeste regionale partijen. Hun aanwezigheid op het stemformulier beperkt zich per definitie tot één provincie en mede daardoor zijn ze mogelijk minder interessant voor de landelijke media. Zij kwamen niet vaak op radio en TV bij de NPO. Zo moest de regionale partij Groninger Belang het met slechts twee mediaoptredens doen in de door de Ombudsman onderzochte programma’s. En dat de partij twee keer voorbijkwamen had ze vooral te danken aan het feit dat Groningen door de gaswinning nationale belangstelling had.

Andere regionale partijen moesten het doen met hooguit één optreden (o.a. Lokaal Limburg, Onafhankelijke Politiek NH en Lokale Partijen Gelderland). Wel werden de landelijke partijen zo nu en dan vertegenwoordigd door een regionale politicus. Dit gebeurde onder andere in Goedemorgen Nederland. Als je al deze regionale (en lokale) mediaoptredens optelt, kom je op minder dan honderd. De landelijke politici (Tweede Kamer, Eerste Kamer, kabinet, Europese Unie) kwamen ruim 2,5 keer zo vaak voorbij. Je kunt je afvragen of dat terecht is. Het ging hier tenslotte om Provinciale Statenverkiezingen en niet om landelijke verkiezingen.

Het is aan redacties zelf om te bepalen waar ze aandacht aan willen besteden. Wie ze daarvoor uitnodigen is ook volledig hun eigen keuze. Zoals aan het begin van dit artikel al gezegd, valt dat allemaal onder de zogenoemde redactionele autonomie zoals die is vastgelegd in de mediawet. De Ombudsman zegt daarom niet of de in dit artikel beschreven aantallen goed of slecht zijn. Dat is niet waar een ombudsman voor is aangesteld.

Klopt wat klagers zeggen?

Waarom  dan toch al die cijfers bijhouden en hier delen? Er was veel aandacht voor politici in de weken voorafgaand aan de verkiezingen. Ze waren vaak te gast en voor sommigen ongetwijfeld te vaak. De verzuchting van Angela de Jong waar we dit artikel mee begonnen geeft aan dat dat in elk geval voor haar gold. Klagers die contact zochten met de Ombudsman klaagden vooral dat de aandacht niet in evenwicht zou zijn. Dus teveel van de ene partij en te weinig van de andere. Klopte dat als we naar de cijfers kijken?

Laten we beginnen met de meest gehoorde klacht: te veel aandacht voor D66. Volgens sommige klagers zat de partij van Sigrid Kaag zelfs in iedere  uitzending. Dat laatste kunnen we sowieso naar het rijk der fabelen verwijzen. D66 is goed voor 13,6% van de mediaoptredens in de door ons onderzochte programma’s. De VVD en de gelegenheidscombinatie GroenLinks/PVDA waren vaker te zien. In het verlengde daarvan was ook vaak te horen dat de NPO te veel op de hand van de coalitiepartijen zou zijn. Ook dat blijkt niet te kloppen. Er is een bijna 50-50 verdeling over coalitie en oppositie.

Op verschillende plekken (ook in de mailbox van de Ombudsman) werd na 15 maart gezegd dat de BBB zijn overwinning te danken had aan een oververtegenwoordiging van Caroline van der Plas en haar partij op TV. Ook dat blijkt niet uit de cijfers van de Ombudsman. De BBB moet het doen met 5,5% van de mediaoptredens. Hoewel dat meer is dan je misschien op basis van de zetels in de Tweede Kamer zou verwachten, kun je moeilijk zeggen dat de partij enorm vaak te zien was. Maar liefst vijf partijen kregen meer aandacht in de NPO-programma’s.

Waar opvallend genoeg niet over geklaagd werd was dat kleine beetje aandacht dat de regionale partijen kregen. Deze provinciale verkiezingen waren het toch vooral weer de landelijke partijen en politici die de hoofdrol speelden. Jammer? Misschien, maar de klagers maakten zich er in elk geval niet druk om. Mogelijk omdat de landelijke partijen en politici wel voldoende spraken over de regionale thema’s? Of dat zo was kunt u lezen in dit artikel.

Deel 2: Wat de vorm doet met de inhoud. 
Deel 3: Dit deden de debatten deze verkiezingen.

Publiek zoekt Bron
Asielzoekers in Kijkduin: een "rode loper" zonder context
Ombudsman, mag dit weg? Dat is nog niet zo makkelijk.
Het interview als Zwitsers zakmes
Griekse groei?
Het Nederlandse Transgenderprotocol
Deel deze pagina
Omroepen
AVROTROS