07 February 2019

Dossier Diversiteit: Waarom de witte mannen (nog) heersen

Het gaat dus niet zo hard vooruit met het bereiken van een afspiegeling van de Nederlandse samenleving aan de talkshowtafels. Niet wat betreft gender, afkomst, beroepsgroep of functie in het gesprek. De ombudsman sprak programmamakers over werkwijze en verklaringen. En dan blijkt onder meer dat het doel van de programma’s een diverser beeld in de praatprogramma’s in de weg zit. Hoe zit dat, en zijn de argumenten steekhoudend?

Machtsposities

Ze willen het allemaal, de makers van de talkshows die we spraken, en elke dag weer: goedgebekte, deskundige, spraakmakende talkshowtafelgasten, en het liefst nog divers ook. Maar dat laatste lukt ze niet, zo blijkt uit de cijfers van ons onderzoek. Vragen we naar een verklaring waarom het bereiken van diversiteit zo moeilijk blijkt, dan noemen alle programmamakers één belangrijke – en steeds dezelfde! – sta-in-de-weg: het doel van de talkshow. Ze brengen “het gesprek van de dag”, met onderwerpen “die we per se die dag willen behandelen, omdat het actueel is” en gasten “met de hoogste nieuwswaarde”.

Onderwerp, actualiteit en nieuwswaarde zijn leidend bij de selectie van gasten. Ze zijn er niet om diversiteit te tonen, zeggen de programmamakers. Juist deze insteek – een leidend nieuwsonderwerp met daarbij de meest betrokken gast – zorgt systematisch voor een overschot aan witte mannen met machtsposities in de studio. Omdat die nog altijd een groot deel van het nieuws blijken te maken. En dus worden ze gevraagd en zullen ze aanschuiven wanneer de kans zich voordoet. Veel van die nieuwsmakers hebben baat bij aandacht in de media, sommige leven er zelfs van.

Het blijkt uit de verhalen van de programmamakers én uit onderzoek, dat vrouwen om diverse – al dan niet persoonlijke redenen – minder snel afreizen naar de studio. En ze lijken qua opstelling “minder geschikt voor het concept talkshow,” zegt een van de eindredacteuren. “Er wordt gezocht naar een boeiende tafel. De terughoudend- en bescheidenheid van vrouwen is daar minder geschikt voor. Mannen mengen zich vaker in het gesprek, bluffen meer en zorgen voor branie aan tafel. Dit maakt een aflevering interessanter en spannender.”

Ook mensen afkomstig uit minderheidsgroepen aarzelen vaker, zeker als ze merken of vermoeden dat ze vooral worden uitgenodigd als er iets – negatiefs – met ‘hun’ groep aan de hand is. Bedenk je dan dat dit uitnodigingsbeleid vanuit de programma’s gezien logisch is (omdat talkshows om onderwerpen en gasten met nieuwswaarde draaien), dat nieuws datgene is wat afwijkt van de norm, en dat de norm gelukkig toch nog meestal positief is, en de frustrerende cirkel is rond…

Verklaringen als ‘tijd’ (door de keuze voor actuele onderwerpen is er korte productietijd en dus minder ruimte om te zoeken naar onbekendere en alternatieve gasten) en ‘beschikbaarheid’ (wie kan en wil op korte termijn naar een studio in de Randstad komen) die verder nog genoemd worden, kunnen in de basis ook teruggevoerd worden op de focus op actuele onderwerpen en hoofdpersonen in het nieuws. En ‘gemak’  of ‘netwerkgebrek’ (bellen we die want die wil altijd wel; nee, ik ken niemand in een achterstandswijk/klimhal/tempel/nagelsalon/het oosten van het land, doorhalen wat niet gewenst wordt) mogen geen argument zijn, maar zijn het wel.

Vaste gezichten

Als de nieuwsmaker zelf niet aanschuift – om welke reden dan ook – begint de zoektocht naar de expert, niet voor niets een van de belangrijkste rollen aan tafel. In plaats van de persoon of het onderwerp van de dag, dan maar degene die daar van alles over weet: de wetenschapper, de advocaat, de spindokter. Dáár komt dan de mogelijkheid voor onderscheidende invulling van een programma. Talkshows hebben het nieuws dan misschien niet voor het kiezen, hun experts wel, zou je zeggen.

Toch vissen ze vervolgens allemaal min of meer in dezelfde vijver, tot op het punt dat ze gasten ten opzichte van elkaar ‘claimen’, en ze goed uit de verf komende experts voor langere tijd vastleggen. “Het is logisch dat ik Peter R. de Vries wil over rechtbankdossiers,” zegt een van de eindredacteuren. “Maar zelfs al zou ik John van den Heuvel willen, dan kan die niet omdat-ie een contract met RTL heeft.”

De programma’s wijken ook allemaal in meer of mindere mate uit naar een specifieke categorie experts: een journalist die over het onderwerp van gesprek bericht heeft. Zo werd politiek verslaggever van de NOS Xander van der Wulp de gast die in de steekproefweken van ons onderzoek het meest werd uitgenodigd. Het verbaast hem niet. “We kunnen politieke ontwikkelingen vaak van dichtbij volgen, we komen achter de schermen en kunnen op een compacte en leuke manier vertellen. Dat is ons werk, en we staat er met onze neus bovenop." Ook hij zat als vaste duider bij bepaalde programma’s. “De programma’s hechten aan vaste gezichten, dan weten ze wat ze krijgen. Kijkers kunnen zich ergeren aan steeds hetzelfde gezicht, maar die hechten zich er ook aan. Het is vertrouwd, zo van: Xander praat ons bij”.

Nieuwe gezichten

Hoezeer kijkers inderdaad hechten aan die vaste en ervaren gasten is nooit echt onderzocht. Maar programmamakers zeggen dat vaste gasten stabiele, hoge kijkcijfers garanderen. Je weet wat je aan je ‘stamgasten’ hebt, er is eigenlijk geen ruimte in de shows voor een tegenvallende nieuweling. Waarmee de draaimolen met bekende mensen weer aan gaat. Maar hoe kom je dan aan nieuwe gezichten? Want zelfs de vaste gasten weten dat ze ooit gaan ‘slijten’.

In het lopende seizoen 2018-2019 proberen BNNVARA en NPO met een talkshow op een van de NPO-themakanalen een nieuw arsenaal aan (met name jonge) gasten aan te boren. Onervaren sprekers worden niet direct voor een miljoenenpubliek gegooid en kunnen in de luwte groeien. De gasten in Na het Nieuws zijn niet alleen jong maar ook divers.

 “Het is elke dag een uitdaging om gasten bij het nieuws van de dag te produceren, omdat wij de ambitie hebben dat onze gasten nog niet regelmatig op tv zijn geweest,” zegt de eindredacteur die het programma de eerste drie maanden onder haar hoede nam. “Maar juist graag geziene talkshowgasten hebben ons ook geholpen in de zoektocht naar nieuw talent. Dan belden we en vroegen naar een ‘nog onbekende’, jongere versie van henzelf en in de meeste gevallen vonden ze het alleen maar leuk om met ons mee te denken.”

Diversiteit speelt (g)een rol

Alles draait dus om een goed bekeken gesprek over de actualiteit van de dag. Dat dicteert in grote mate de gastenkeuze, de makers calculeren de daardoor ingebakken scheve verhoudingen in. Geen van de programmamakers ziet het als taak voor de talkshow om aan tafel een afspiegeling van de Nederlandse samenleving te bieden. De eindredacteur van een van de late programma’s stelt: “We zijn niet met diversiteit bezig, we zoeken de beste gast bij het gespreksonderwerp. En dus zijn we er continu mee bezig.” Een redacteur vult aan: “Als een gast kennis heeft van het onderwerp, wordt hij uitgenodigd. Het speelt dan geen rol of deze gast een man, vrouw of iemand met een migratieachtergrond is.”

Dat kan wel gezegd worden, maar als nieuws vooral vanuit bepaalde hoeken en personen gemaakt wordt, houdt eenzijdigheid zichzelf in stand. Opzet en aard van de talkshows doorbreken deze trend niet. Dat is dan misschien niet verwijtbaar, en van onwil is, als je met de redacties praat, zeker geen sprake. Maar jammer is het wel, en programma’s kunnen er expliciet(er) naar streven om diversere keuzes te maken. Om te beginnen wellicht qua onderwerpskeuze. Dan volgen de alternatieve gasten mogelijk ook. Als de redactie tenminste een netwerk met ook die alternatieve gasten heeft.

Er wordt vaak gesteld dat diversiteit op de werkvloer zal leiden tot diversiteit in invalshoeken, nieuwskeuze en sprekers. En dan wordt de redenering ook omgedraaid en wordt gesteld dat zo lang redacties behoorlijk homogeen zijn, er gebrek aan verscheidenheid in de berichtgeving zal blijven. Recent onderzoek in Nederland en een serie artikelen in de Verenigde Staten beschrijven gebrek aan representativiteit op redacties en de treurige effecten die dat kan hebben op de berichtgeving. Nederlandse cijfers over herkomst en achtergrond van journalisten en waar ze werken zijn er niet, zegt de Nederlandse Vereniging van Journalisten, het ligt (historisch) te gevoelig om leden daarnaar te vragen. De ombudsman weet dus niet hoe divers redacties zijn. Daarnaast gaat ze niet over personeelszaken. Maar het is bekend dat veel redacties omwille van de kwaliteit van de berichtgeving graag een diversere samenstelling zouden hebben, en actief maar niet altijd succesvol werven.

Representeren is waarderen

Terug naar de programma’s. Hoe moeilijk misschien ook, er zijn genoeg redenen om naar verscheidenheid aan de talkshowtafels te (blijven) streven. Zo is de doelgroep van programma’s op NPO 1 een zo breed mogelijk publiek. “Laat ik het zo zeggen,” zegt de eindredacteur van een vroege talkshow, “alleen kinderen grofweg beneden de 12 vallen buiten de doelgroep.” Het is voor de publieke omroep niet slechts een wens maar een wettelijke opdracht om dat brede publiek aan te spreken. Alle programma’s hebben daar hun taak in, maar niet allemaal in dezelfde mate: het totale publieksbereik moet alomvattend zijn. Om echt iets over DE diversiteit van DE journalistieke programma’s te kunnen zeggen, zou de hele programmering dus bekeken moeten worden. Dat deden wij niet.

Wel kan je het volgende stellen: NPO 1 is de familiezender, van de programma’s op die zender worden brede programmering en hoge kijkcijfers gevraagd. De noodzaak hoge kijkcijfers te halen leidt volgens redacties tot keuzes die kijkcijfers garanderen, en dus voor de talkshows tot minder experimenten met gasten. Weer houdt de draaimolen zichzelf in stand.

Je kunt het ook anders benaderen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat wie zich gerepresenteerd ziet, zich meer gewaardeerd voelt. En dat kan dus ook leiden tot een groter kijkerspubliek. Wie wil nu niet kijken naar een programma waarin je ook jezelf, jouw achtergrond, jouw beroepsgroep of leeftijdsgenoten vertegenwoordigd ziet? Het kan even aanlooptijd en loslaten van de kijkcijferplicht vragen, maar meer verscheidenheid moet mogelijk zijn. Dan moeten de talkshows wel die mogelijkheid tot verbreding krijgen én nemen. Daarvoor hoef je niet je actuele invalshoek te verlaten, en ook niet je totale personeelsbestand te veranderen.

De beste reden om diversiteit hoog op het wensen- of zelfs eisenlijstje te houden, is dat verscheidenheid in gasten leidt tot meer en verschillende verhalen aan tafel. En dát leidt tot nieuws van meerdere kanten, over meer hoeken van de samenleving, tot betere journalistiek. Dat is de belangrijkste reden dat de ombudsman dit omvangrijke onderzoek wilde doen, om te zien wat en hoe het beter kan. Uiteindelijk, zo schreef een Amerikaanse onderzoeker laatst, gaat diversiteit in de journalistiek niet over verschil in sekse, ras, opleiding of herkomst, het gaat om de verhalen die mensen vertellen. Uit het onderzoek komen conclusies en suggesties om tot een bredere blik te komen, daarover hier meer.

Naar het onderzoeksrapport.