07 February 2019

Dossier Diversiteit: Wat zeggen de cijfers?

Hoe divers waren de gasten aan tafel bij de vier dagelijkse talkshows in het seizoen 2017-2018? En zit er schot in het streven om daarin een afspiegeling van de Nederlandse samenleving aan het woord te laten? Team Ombudsman ging aan het turven, en keek ook verder dan geslacht en afkomst.

M/V en achtergrond

We onderzochten in totaal 456 afleveringen van M, DWDD, Pauw en Jinek/Laatop1  en telden eerst de twee meest besproken diversiteits-kenmerken: gender en etniciteit. Waarbij aan dat laatste wel flink wat haken en ogen zaten en we moesten puzzelen op bruikbare en met ouder onderzoek te vergelijken categorieën (lees voor uitleg en het vergelijkingsmateriaal het hele onderzoek. Het levert een wat grove indeling op, waarvan we ons bewust zijn. We gaan daar in het onderzoek en in andere artikelen verder op in, hier eerst maar eens wat cijfers.

De uitkomsten geven aan dat de man-vrouwverhouding aan tafel niet overeenkomt met de samenstelling van de Nederlandse bevolking.

Gender

Pauw

Jinek

Laat op Eén

 M

DWDD

Gemiddelde alle programma’s

Man (CBS, 2017: 49,6%)

66,7%

69,7%

73,5%

57,9%

70,4%

67,6%

Vrouw (CBS, 2017: 50,4%)

33,3%

30,3%

26,5%

42,1%

29,7%

32,4%

Figuur 1: man-vrouwverhouding in het seizoen 2017-2018.


Vergelijking met oudere cijfers (voor zover die er waren) liet zien dat het percentage vrouwen aan tafel iets richting evenredige vertegenwoordiging schuift, vooral bij nieuwkomer M maar ook bij Pauw en DWDD:

 

% vrouwen

Boeschoten 1999 - 2013

 NRC   2015

 Van Joolen   2015

Motivaction 2016

Ombudsman 2018

M

*

 *

 *

*

42,1

Jinek̾

45

 **

 *

32***

30,3

DWDD

27

 22

 **

24

29,7

Pauw

*

 22

 29

32***

33,6

Laat op 1

*

 *

 *

*

26,5

*programma bestond niet  ** programma niet onderzocht  *** Jinek en Pauw samengevoegd
Figuur 2. Percentage vrouwelijke gasten vergeleken met ouder onderzoek


Wat betreft etniciteit lagen de percentages bij twee talkshows wel (M 12,6%; DWDD 13,6%) in lijn met de landelijke cijfers, bij de andere helemaal niet (Pauw, Jinek, Laatop1: tussen 7% en een kleine 10%). In 2017 bestond volgens het CBS 12,6% van de Nederlandse bevolking uit mensen met een niet-westerse achtergrond.

Etniciteit

Pauw

Jinek

Laat op Eén

M

DWDD

Gemiddelde

Nederlands

88,8%

88,5%

   87,7%

81,8%

82,2%

85,8%

Westers

1,5%

4,1%

   2,6%

4,4%

3,3%

3,2%

Niet-westers

8,2%

6,8%

   8,4%

12,6%

13,6 %

9,9%

Onbekend

1,5%

0,5%

   1,3%

1,1%

1,1%

1,1%

Figuur 3: etniciteit in het seizoen 2017-2018.


Hoe pakte hier de vergelijking uit? Daar rolde geen overzichtelijke tabel uit, omdat oudere onderzoeken andere definities hanteerden of onderling inconsistent waren. Uit onderzoek gedaan in 2014 bleek alleen De Wereld Draait Door met 14%  boven het gemiddelde percentage mensen met een niet-westerse migratieachtergrond in Nederland (12%) te zitten. Bij Jinek had 9% van de gasten een migratieachtergrond, Pauw bleef op 5% steken. Maar onderzoeksbureau Motivaction kwam voor datzelfde jaar uit op een gemiddelde van 12% voor zowel De Wereld Draait Door als Pauw/Jinek.

De verschillen geven in elk geval aan hoe lastig (soms zelfs bijna willekeurig) categoriseren kan zijn. Om van het belang van een bepaalde typologie voor het diverse beeld nog maar te zwijgen, want veel gasten profileren zich helemaal niet (meer?) met hun afkomst. Maar omdat er altijd veel over dit diversiteitsaspect verondersteld en dus gezegd wordt, wilde de ombudsman het zeker onderzoeken.

De gast en haar of zijn rol

Bij de vragen die de ombudsman krijgt over diversiteit in praatprogramma’s gaat het de vrager of klager lang niet altijd of alleen maar om sekse of achtergrond, maar ook om andere kenmerken. Dan komen opmerkingen als "Weer een Amsterdammer, was de taxi uit Limburg te duur? " of "Waarom interviewen we nou steeds journalisten" en "Moest X weer een boekje komen verkopen?" Er is inmiddels een term voor wat als een oneindige draaimolen van dezelfde gasten wordt ervaren: de talkshowelite. We keken in een steekproef van vier weken per uitzending wie waarover kwam praten en of de gast een logische keuze was.

Dan komt om te beginnen één verschil tussen de talkshows naar voren. Uit de functies van de gasten blijkt een duidelijke tweedeling tussen Pauw en Jinek aan de ene kant en M en De Wereld Draait Door aan de andere kant. Waar de talkshows op de late avond veel experts (Pauw 19,1%; Jinek 22%) en journalisten (Pauw 16,2%; Jinek 22%) uitnodigen, zijn gasten in de vroege avond vaker afkomstig uit de culturele sector (M 24,7%; DWDD 32,8%).

Er was maar één ouder onderzoek dat dieper inging op de rol die gasten in een praatprogramma (in dit geval: Pauw) hebben, dus een vergelijking viel niet te maken. Maar ook in dat onderzoek bleek een prominente rol te zijn weggelegd voor gasten uit de culturele/entertainment sector en voor journalisten.

Kijken we naar de gespreksonderwerpen (al gaat een gesprek vaak over meer dan één zaak en kunnen categorieën elkaar overlappen), dan zijn er overeenkomsten tussen de programma’s. Bij Pauw bestond ruim een kwart van de besproken onderwerpen uit een maatschappelijk probleem (26,5%) of de promotie van iets (26,5%), vaak nieuwe series of films, boeken en muziek. Bij Jinek komen maatschappelijke problemen met 22% het vaakst ter sprake, ruim 18% van de gesprekken promoot iets. In M spelen maatschappelijke problemen en culturele onderwerpen quitte (20,2%). Promotie is het belangrijkste gespreksonderwerp in De Wereld Draait Door (28,4%) met cultuur als stevige tweede (23,9%). Gesprekken gaan in de vier talkshows dus behoorlijk vaak over dezelfde soort (en soms letterlijk dezelfde) onderwerpen. Niet zo gek, daarover hier meer.

Geschikt of niet?

Doen we eerst nog een laatste cijferoefening en kijken we of een gast volgens het onderzoek ‘geschikt’ is om aan te schuiven. Enerzijds gewaagd, want die geschiktheid bepaalden we zelf. Anderzijds snapt iedereen dat Peter R. de Vries wel een logische keus is als het over rechtbankdossiers gaat, maar niet over de haringtest, ook al houdt hij wellicht enorm van haring. En zo grof hebben we naar geschiktheid gekeken, we wilden geen vierkante-millimeter-onderscheid maken.

Dan blijkt bij Jinek in de steekproefweken letterlijk elke gast een (redelijk tot volledig) logische link naar het gespreksonderwerp te hebben. Bij Pauw is een procent of 7 van de gasten weinig tot niet geschikt om over een bepaald onderwerp mee te praten. In de vooravond lijken meer gasten verder van het gespreksonderwerp te staan: bij M 28% en bij DWDD 21%. Dat kan soms zijn doordat een tafel met cabaretiers praat over iets waar ze geen kennis van hebben, maar wel leuke grappen over kunnen maken. Leuke uitzending, maar in dit onderzoek bestempeld als ‘niet geschikt’.

Wat onderzochten we niet? Er was één ouder onderzoek dat leeftijd van de gasten meenam, daaruit rolde een ondervertegenwoordiging van jongeren. De ombudsman kon dit aspect omwille van de tijd niet meenemen, net zo min als opleiding of geografische herkomst van gasten, wat überhaupt nooit onderzocht is. Zonder die gegevens blijft de aanname van een relatief oude, hoogopgeleide elite uit de Randstad bij de talkshows steken bij een gevoel zonder onderbouwing. Voer voor vervolgonderzoek misschien.

Wat zeggen die cijfers dan?

Moet de ombudsman nu afkeurend oordelen over de praatprogramma’s, omdat de cijfers aangeven dat er procentueel de afgelopen jaren niet heel veel veranderd is in de vertegenwoordiging van vrouwen en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond aan talkshowtafels? Dat er veel met dezelfde (soort) mensen over dezelfde (soort) onderwerpen wordt gesproken, of dat er behoorlijk wat aangeprezen wordt? En dat er bij sommige programma’s dan ook nog mensen aanschuiven die niet direct verstand hebben van de besproken zaken?

Uiteraard ligt het genuanceerder dan dat, en heeft een aantal van de constateringen een vrij logische oorzaak: het doel van talkshows. Maar er kunnen wel zeker kanttekeningen geplaatst worden. Hoe dat zit, leest u hier.

Naar het onderzoeksrapport.