10 August 2022

Zembla, de Kamer, het Kremlin en de klachten

Na de Russische inval in Oekraïne bewerkte onderzoeksprogramma Zembla (BNNVARA) een uitzending uit 2020 over mogelijke invloed van het Kremlin in de Tweede Kamer via Forum voor Democratie. Niet neutraal, vol onbewezen verdachtmakingen, een schending van de journalistieke code, schreven enkele klagers. Ik constateer geen schending, en hoe zit het eigenlijk met die ‘neutraliteit’?

De uitzending ‘Kremlin in de Kamer’ van Zembla (7 maart 2022) onderzocht banden tussen de fractieleider in de Tweede Kamer van Forum voor Democratie en Rusland. Veel in de uitzending greep terug op een eerdere aflevering uit 2020, ‘Baudet en het Kremlin’. Klagers vonden dat raar, oud nieuws, een herhaling van zetten. Verder zou de uitzending uit maart niet neutraal genoeg zijn, niet voldoen aan de journalistieke normen en  waarden van de publieke omroepen, ongefundeerde beschuldigingen, verdachtmakingen en onbewezen stellingen bevatten. De klachten werden doorgezonden aan het programma, de eindredactie reageerde met uitleg. Maar de klachten bleven.

Herhaling van zetten

Inderdaad omvatte de uitzending voor een groot deel materiaal uit de aflevering van Zembla van april 2020. De eindredacteur gaf aan dat er journalistieke aanleiding was om de oude aflevering te updaten, vanwege de inval van Rusland in Oekraïne van eind februari 2022. Dat zijn besluiten die een redactie zelfstandig kan en mag nemen: dat zijn de beroemde redactionele autonomie en persvrijheid, die in de (grond)wet staan.

Er was zeker journalistieke aanleiding om opnieuw naar de in 2022 aangeboden informatie te kijken. Jammer was dat op de journalistiek interessante vraag (waarom het na de uitzending in 2020 verder stil bleef en er nu wel vanuit de Tweede Kamer wordt gevraagd om onderzoek naar mogelijke financiering door Rusland van politieke partijen) geen echt antwoord kwam. Maar het stellen van zo’n vraag is – zelfs zonder dat een eenduidig antwoord komt – ook onderdeel van de journalistieke taak.

Of de toevoegingen in de recente uitzending mager of substantieel waren doet niet ter zake voor het toetsen aan de journalistieke code; of voor een herhaling of een bewerking wordt gekozen, is ook aan de redactie. Het gaat er tot slot niet om of een uitzending ‘goed’ of ‘slecht’ was, maar of deze volgens de journalistieke normen en afspraken tot stand is gekomen en de journalisten zich aan de journalistieke code hielden.


Chronologie

Volgens klagers zou veel – zo niet alles – dat in de uitzending werd aangekaart hebben plaatsgevonden vóor toetreding van (de fractieleider van) Forum voor Democratie tot de Tweede Kamer, “hoezo Kremlin ín de Kamer” vroeg men zich dus af. Er is echter, zo blijkt ook uit andere – een aantal daarvan van de Zembla-uitzending en daar opgevoerde bronnen, sprekers en duiders geheel losstaande – bronnen een chronologische en consistente lijn tussen de opvattingen en uitingen van de fractieleider vóór en tijdens zijn aanwezigheid in de Tweede Kamer.

Daarmee kunnen de opvattingen van de hoofdpersoon voorafgaand aan het Kamerlidmaatschap relevant zijn om de huidige standpunten van partij en leider in de Tweede Kamer context te geven. Het verleden kan van belang zijn voor het heden en het is dus niet journalistiek onlogisch of onethisch om dit te onderzoeken en mee te nemen in een uitzending.


Invloed of aandacht

Of je vanwege zo’n consistentie lijn tussen opvattingen in verleden en heden dan ook kunt zeggen dat het Kremlin invloed heeft (in de uitzending werd ook het woord ‘speelruimte’ gebruikt) in de Tweede Kamer zou, om een sluitend antwoord te krijgen, meer onderzoek vragen. Dan dienen omschreven te worden wat met invloed bedoeld wordt en waarin die invloed zich concreet zou uiten. In die zin zou je de titel van het programma kort door de bocht kunnen noemen. Juist om meer inzicht in mogelijke invloed te krijgen, vroeg de Tweede Kamer dus sinds de uitzending in een motie om onderzoek van financiële banden van politieke partijen met Rusland (dat onderzoek is er nog niet omdat gebleken is dat niet helder is welke onafhankelijke instelling zo’n onderzoek kan doen).

Maar dat de fractieleider in kwestie in debatten met grote regelmaat de visie van Russische (waaronder staatsmedia, overheids- en andere aan het Kremlin gelieerde) bronnen inbrengt, is wel duidelijk. Hij zégt het zelf ook vaak letterlijk, dat hij die kant aan een zaak wil laten horen, en beklaagt zich er in Kamerdebatten over dat deze visie zo weinig aandacht krijgt. Het programma laat de grote overeenkomst zien in de standpunten van FvD met de visie die Rusland heeft op zaken als de verhouding tot Oekraïne (neem als voorbeeld de woordkeus en gebruikte terminologie), sanctiebeleid, Europese Unie. De visie en opvattingen van het Kremlin krijgen daarmee in elk geval aandacht in de Kamer. Hiervoor past het woord ‘speelruimte’ wel.


Objectief en neutraal? Of onafhankelijk?

Of het invloed of aandacht is, meerdere sprekers in de Zembla-uitzending vinden beide – in diverse gradaties – onwenselijk. In de uitzending is duidelijk dat dat de opvattingen van sprekers zijn. Dat geldt ook voor de opmerking van één deskundige over “het fascistisch wereldbeeld” van de fractieleider van FvD (de passage start met: “Ik denk…”). De woordkeus werd de programmamakers verweten, maar ze gebruikten de terminologie niet zelf, niet in 2020 en niet in 2022.

De uitspraken van bepaalde deskundigen waren inderdaad niet ‘neutraal’, zoals klagers opmerkten. Maar in tegenstelling tot wat publiek vaak meent, mag een omroep die leden heeft standpunten vertolken (feitelijk onderbouwd of indien afkomstig van sprekers duidelijk als mening onderscheiden en kritisch bevraagd) vanuit de maatschappelijke stroming die de omroep vertegenwoordigt en waarvoor men een uitzendlicentie heeft gekregen. Dat is in de Mediawet vastgelegd en is zelfs een voorwaarde voor een plaats in het omroepbestel.

Van een journalist wordt vaak gesteld dat hij/zij objectief te werk moet gaan in journalistieke programma’s zoals Zembla. Een journalist zou niet rechtstreeks zijn/haar mening horen te uiten zonder duidelijk te maken dat het om een mening gaat. Een journalist dient ook duidelijk te zijn in zijn/haar bronvermelding.

Maar ‘objectiviteit’ (als men het vertaalt als ‘neutraliteit’) is een lastige term, met vaktechnische, journalistiek-ethische en menselijke hobbels. Objectiviteit is niet absoluut, het is een norm. De objectiviteitsnorm houdt in dat de journalist ernaar streeft om berichtgeving onafhankelijk en zo controleerbaar mogelijk te laten zijn, Team Ombudsman schreef er enkele jaren gelden al een uitgebreid dossier over. Ik gebruik liever termen als ‘onafhankelijk’ en ‘onbevooroordeeld’, zoals die ook in de journalistieke code staan. ‘Onpartijdig’ gebruik ik met nadruk niet, al staat dat  wel in de journalistieke code. Want dat wordt binnen ons publieke omroepbestel van omroepen met leden dus niet gevraagd door de Mediawet. Taakomroepen NOS en NTR hebben die opdracht wel.

Zembla mág dus vanuit de achtergrond en missie van BNNVARA een journalistieke invalshoek kiezen en aandacht geven aan de opvattingen van mensen die zich zorgen maken om de pro-Rusland-uitingen van FvD in de Tweede Kamer. In mijn uitgebreide onderzoek naar omroep ON was dat ook wat díe omroep betreft expliciet mijn boodschap: een omroep met leden, die geacht wordt een stroming te vertegenwoordigen, mág in programma’s overtuigingen en meningen (van politici maar ook van wetenschappers, zangers, sporters, van elke burger) laten zien en horen. Alleen de wet (en dus de rechter) kan daar grenzen aan stellen. Niet de ombudsman, een politicus, een omroep of het publiek.


Meningen moeten in journalistieke producties wel bevraagd

De journalist die in een programma ruimte maakt voor specifieke opvattingen dient dan wel ten minste naar de onderbouwing van die mening te vragen. De taak van de journalist is immers om onafhankelijk en kritisch te kijken naar alle kanten aan een zaak. Komt die onderbouwing niet, dan dient dat door de journalist opgemerkt te worden.

Sterker is het om zelf journalistiek onderzoek te doen en waar voorhanden onafhankelijke ondersteuning te leveren voor de opvattingen die je laat zien. Bijvoorbeeld in de vorm van documenten of data, zoals in met name de Zembla-uitzending uit 2020 op een aantal punten (niet eerder bekend zijnde app-berichten, contacten) gebeurde. In de uitzending van 2022 zat relatief weinig nieuwe informatie, maar dat is zoals al aangegeven geen vereiste om mogelijk relevante informatie opnieuw uit te zenden.

De onderbouwing van mogelijke invloed van het Kremlin op de Nederlandse politiek in het algemeen en FvD in het bijzonder blijft op een enkel moment in de uitzending echter ook wel wat anekdotisch (een spreker zegt duidelijk de hand van Rusland te zien, maar concretiseert dat maar gedeeltelijk). Dan kan aantoonbare deskundigheid en achtergrond van een opgevoerde spreker extra gewicht aan gebruikte ervaringen en uitleg geven. Maar wil je de kijker meekrijgen, dan zullen aan die sprekers vaker vragen als ‘Hoe weet u dat?’, ‘Waar baseert u dat op?’ of ‘Is daar bewijs voor?’ gesteld én uitgezonden moeten worden.

Ik begrijp dat niet alles uit een interview met een deskundige uitgezonden kan worden, maar zeker bij mogelijk controversiële uitspraken of voorbeelden is het voor het publiek essentieel om de redenering of de bewijsvoering in de uitzending te kunnen volgen (of zelf te controleren). Je kunt er als programma voor kiezen om ondersteunende stukken online te zetten. Zembla doet dat vaker, bij deze uitzendingen niet.

Andere banden die in de uitzendingen genoemd werden, waren overigens eenvoudig met onderbouwing te illustreren, bijvoorbeeld die van adviseurs van de partij met Rusland. En dat liet Zembla (ook letterlijk) zien, dat waren geen onbewezen verdachtmakingen: bepaalde adviseurs waren bij bijeenkomsten, eigen uitspraken vanuit FvD over contacten, er waren bijdrages aan communicatie of campagnes.


Beschuldigingen

Een klager stelde dat in de uitzending de fractievoorzitter van FvD van corruptie en andere strafbare feiten werd beschuldigd. Dat gebeurde echter niet. Er werd beschreven hoe gecommuniceerd werd over (mogelijke) betalingen van Russische contacten, of bijdragen aan campagnes. Maar van ‘corruptie’ of de beschuldiging van strafbare feiten werd niet gesproken.

Ook werd geklaagd dat claims in de uitzending werden gebaseerd op “enkele whatsappjes zonder context en interviews met mensen die een persoonlijke vete hebben met Thierry Baudet”. WhatsAppberichten werden vooral van context voorzien door één persoon. Dat is numeriek inderdaad beperkt. Meer duiding en context is altijd beter. Maar context bleef niet achterwege, en het waren niet “enkele whats-appjes”. Het waren er vele, er waren andere documenten en bronnen, en er waren meerdere experts en duiders die geen persoonlijke vete met de fractieleider van FvD hadden.

Bij één specifieke uitspraak in de uitzending (“De nieuwe omroep Ongehoord Nederland geeft Baudet alle ruimte om desinformatie te ventileren.”) werd niet aangegeven welke bronnen onderbouwen dat de politicus desinformatie verspreidt. Daar had context en bewijsvoering gegeven moeten worden. Dat had geen stijlbreuk of hinderlijke uitweiding in het programma opgeleverd en die onafhankelijke onderbouwing van desinformatie is er voor een aantal uitspraken van de politicus  (bijvoorbeeld op het vlak van covid-maatregelen of stikstofbeleid).


Concluderend

In deze Zembla-aflevering werd de journalistieke code niet geschonden. Het staat een omroep vrij om journalistiek relevante informatie uit eerdere programma’s opnieuw te verwerken. Ook mogen opvattingen van sprekers een plek krijgen in een journalistiek programma.

In de aflevering van 2020 zat een uitgebreid weerwoord van de fractieleider van FvD, in de aflevering van 2022 zat ook wederhoor – zij het minder uitgebreid (fragmenten uit 2020 en een passage die begint met “Baudet stelt desgevraagd…”).

Bronvermelding en duiding van de achtergrond van sprekers was transparant, documentatie – voor zover gegeven – was controleerbaar, meningen van bronnen waren als zodanig herkenbaar. Wel is het vaker expliciet opnemen van een vraag (en antwoord) naar onderbouwing van meningen verhelderend en mijns inziens dus gewenst. Eén specifieke uitspraak had wel onderbouwd moeten worden.