09 July 2021

Onderzoek naar de VPRO-documentaire over Sigrid Kaag

Lijdend, meewerkend of leidend voorwerp?


Waren de makers van een VPRO-documentaire over minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag (D66) journalistiek voldoende onafhankelijk en autonoom in hun werk? E-mails en whatsapp-berichten die via website GeenStijl naar buiten kwamen, laten intensief contact zien tussen makers, ministerie en partij tijdens de totstandkoming van de productie. Veel ging over productionele zaken, in de slotfase kwam druk op inhoudelijke wijzigingen. Gaven de makers hun journalistieke zeggenschap weg?

De casus

Klacht

In december 2020, een maand voor de uitzending van de documentaire Sigrid Kaag -Van Beiroet tot Binnenhof, kreeg ik enkele klachten over de productie en het uitzendtijdstip van de documentaire, nadat er in de Tweede Kamer vragen aan de minister van OC&W over waren gesteld. De omroep VPRO zou zo’n documentaire niet mogen maken want dan zou die zich lenen voor het maken van partijpropaganda. En de NPO zou zich, door het begin januari 2021 uitzenden ervan, schuldig maken aan beïnvloeding van de Tweede Kamerverkiezingen.

Er was voor onderzoek door mij destijds geen aanleiding. In het Nederlands mediabestel is elke omroep vrij in de keuze van onderwerpen voor (al dan niet journalistieke) programma’s, ook over politieke kopstukken. Voor klachten over de timing van uitzenden heb ik klagers destijds moeten doorverwijzen, zoals gebruikelijk is bij dit type vragen:  de ombudsman heeft niets te zeggen of oordelen over programmering, dat is aan de NPO.

Nu zijn er na het openbaar worden van e-mails en whatsappberichten tussen de makers en anderen journalistiek-ethische vragen opgeworpen over de journalistieke werkwijze van de makers. Dit valt wel binnen mijn mandaat, en ook vanuit het publiek is me inmiddels om onderzoek gevraagd. Het Commissariaat voor de Media heeft aangegeven mogelijk naar de gang van zaken te kijken in het licht van de Mediawet, en de VPRO heeft tot eigen onderzoek besloten.

Wat onderzoekt de ombudsman (en wat niet)?

Beoordelen of de minister, haar ministerie of haar partij invloed hadden op het tijdstip van uitzenden behoort niet tot mijn werkterrein. In tegenspraak met wat de minister van OC&W aangeeft in zijn Kamerbrief van 2 juli vallen programmeringskwesties of contact daarover in het geheel niet binnen de reikwijdte van de Journalistieke Code. Programmering wordt gedaan door de NPO op basis van wat de omroepen aan programma’s aanbieden en vragen daarover horen bij de NPO en de betrokken omroep.

Het is ook niet aan mij om een oordeel uit te spreken over de mate waarin of de manier waarop het ministerie van Buitenlandse Zaken en D66 invloed op de documentaire probeerden te krijgen. Het is onderdeel van het werk van woordvoerders, communicatiemedewerkers en campagneleiders om ervoor te zorgen dat een topman, minister of lijsttrekker niet alleen correct en zonder inbreuk op de privacy van anderen, maar ook zo goed mogelijk uit een langdurig en omvangrijk journalistiek traject komt. Wel moet volgens de Mediawet een journalistiek product van de publieke omroep vrij van politieke en overheidsinvloed tot stand kunnen komen. Het Commissariaat voor de Media kan toetsen of dat hier voldoende is gebeurd.

Het is aan de journalist die werkt voor de publieke omroepen om zich aan de journalistieke normen en afspraken te houden zoals die zijn vastgelegd in de Journalistieke Code van de NPO en die door de omroepen en hun medewerkers is geaccepteerd. De makers van een programma dienen “onafhankelijk, onpartijdig en onbevooroordeeld” te werken. En “druk van buiten en binnen de organisatie heeft geen invloed op de inhoud van onze producties”. Uiteindelijke zeggenschap over een journalistiek proces of het eindproduct door een ander dan de makers/journalisten kan niet. Pogingen ertoe moeten worden tegengehouden en het maakt niet uit of die pogingen uit ideologische, commerciële of politieke hoek komen. Het is vervolgens aan de ombudsman om te onderzoeken en beoordelen of de journalistieke normen en afspraken in dit geval (voldoende) zijn gerespecteerd.

Of het een goede of mooie documentaire is geworden, dat is uiteindelijk aan de kijker. Sommigen vonden de documentaire te welwillend, voor anderen bleef de uitzending te veel op afstand. Over smaak valt gelukkig veel te twisten, maar daar is de ombudsman niet bij nodig.

Afspraken vooraf

Voorinzage

In een van de eerste nu openbaar geworden e-mails uit 2018 geeft een ambtenaar van Buitenlandse Zaken aan de minister zijn samenvatting van gesprekken met twee documentairemakers die de minister graag een periode willen volgen. Volgens de ambtenaar zijn beiden bereid inzage in een voormontage van de documentaire te geven, “zodat we suggestie kunnen doen (iets anders dan eindredactie)”. Dat de twee makers waartussen de keus is dit volgens de schrijver van de mail goedvinden, laat zien dat dit type afspraken in de journalistiek (zeker bij grote interviews, reconstructies, reportages en journalistieke documentaires) veel voorkomt. De ambtenaar is zich ook bewust van de grenzen ervan: geen eindredactie. De Journalistieke Code van de NPO stelt, bijna zijdelings, dat voorinzage geven is toegestaan: “Het staat een journalist vrij om zelf te bepalen hoe hij omgaat met op- en aanmerkingen van een bron die een publicatie ter inzage heeft ingezien. Feitelijke onjuistheden moeten worden verbeterd.”

Voorinzage heeft dus een specifiek doel dat bij journalisten én hun hoofdrolspelers bekend is maar bij het brede publiek minder. Een prettige bijkomstigheid van de huidige ophef kan zijn dat dit soort onbekendere onderdelen van het journalistieke proces bekender en transparanter worden.

Voorinzage geven kan klinken als je eindverantwoordelijkheid weggeven. Maar door gezamenlijk van tevoren een publicatie (op papier of film, dat maakt niet uit) door te lopen, kun je zorgen dat fouten en privacyschendingen niet in de eindpublicatie terechtkomen, en dat opmerkingen of beelden niet uit hun context worden gebruikt. Het maakt het product beter, want die dingen horen er allemaal niet in. En de hoofdrolspeler voelt zich mogelijk meer zichzelf tijdens het productieproces als-ie weet dat een échte verspreking de uitzending niet zal halen. Zonder dit soort afspraken is alleen de grootste waaghals nog bereid open te praten of zich een jaar (of langer) te laten volgen, want iedereen vergeet wel eens dat er een microfoontje op zijn das of sjaaltje zit.

Is dit erg of is het menselijk, om ruimte te maken voor reparaties en suggesties? Dat hangt uiteraard af van de mate waarin er voor uitzending ‘gerepareerd’ wordt (daarop komen we hieronder nog terug). Het moet wel glashelder zijn dat de afspraak aan beide zijden hetzelfde wordt begrepen. Ministerie en makers hebben dat niet meer expliciet op schrift gezet, dat gebeurt ook vrijwel nooit. Ik weet dat het vastleggen van afspraken in een nog broos overtuigingsproces (de hoofdpersoon moet immers nog instemmen met het maken van het verhaal) kan afschrikken. Maar achteraf concluderen dat hoofdrolspeler en maker tegenover elkaar komen te staan of dat er over je maakproces méér discussie komt dan over je uitzending, kun je beter én eenvoudig voorkomen. Duidelijker verwijzen naar wat de Journalistieke Code toelaat kan een oplossing zijn, maar die blijkt zelf ook wel wat aanscherping te kunnen gebruiken. Ook daarover verderop meer.

Ook kun je op het moment van publiceren een soort bijsluiter bij je journalistieke product doen, eventueel online: dit is wat er rondom deze productie is afgesproken. In complexe gevallen is dit een prima oplossing. En er zijn documentairemakers die het maakproces verwerkten in de documentaire zelf. Bij heel opmerkelijke of lastige omstandigheden en ‘onderhandelingen’ kan dit een goede (én interessant inzicht gevende) keus zijn.

De Journalistieke Code zegt dat het maakproces van journalistieke producten van de publieke omroepen “controleerbaar” moet zijn. Hoe ver je daarin gaat zal opnieuw onderwerp van discussie moeten worden: wat moet en wat blijft werkbaar? Leg je afspraken vooraf altijd vast of gaan we dan te veel in de richting van sommige Angelsaksische landen, waar alles juridisch dichtgetimmerd wordt en de spontaniteit uit dit type documentaires verdwenen is? En ben je niet bereid tot afspraken, kun je dan reportages als deze niet meer maken omdat je hoofdpersoon alleen nog maar officiële of gescripte gebeurtenissen wil laten filmen? Ik bepleit dat (politieke) portretten als deze gemaakt kunnen blijven worden. Maar in nog grotere transparantie. Ook al is het niet altijd verheffend om te zien hoe en wat er in de worst gaat en vinden journalisten doorgaans alles interessanter dan kostbare tijd besteden aan hun eigen werkproces, om vertrouwen te behouden zal het meer moeten.

De VPRO zegt nu na te denken over het opstellen een mogelijk protocol en anderen hebben het over een redactiestatuut voor de hele publieke omroep. Ik weet niet wat je wint met nog meer regels. Die zijn er al, je moet ze alleen gebruiken, je er aan houden en controleerbaar maken wat je doet.

Inhoudelijke suggesties

In de e-mail van april 2018 schrijft de ambtenaar de minister ook dat de documentairemakers “open [staan] voor suggesties van onze kant voor het thema waarbij ze jou in beeld willen brengen. Sterker nog ze verwachten van ons input voor een beleidsonderwerp en/of een reis die zich leent voor een documentaire waarbij enige spanning en visualisering belangrijk is.” Kreeg het ministerie hier een vrijbrief voor invloed?

De documentairemaker stelt dat niet om inhoudelijke suggesties is gevraagd. Ook de ambtenaren geven aan dat hier niet werd beschreven dat het ministerie de insteek van de documentaire kon bepalen. Lees je de e-mails uit voorjaar 2018 en het originele filmplan (december 2018), dan zie je vooral dat gekeken wordt welke zaken op de agenda van de minister staan die voor een documentaire productioneel praktisch haalbaar en voor een spanningsboog noodzakelijk en tegelijk interessant zouden zijn, zoals dat bij dit type langdurige projecten gaat. Dit alles gezien vanuit het plan dat de makers vanaf het begin kenbaar maakten: “Zal het [de minister] lukken om [haar] missie te vervullen binnen haar ambtstermijn, zonder dat ze daarbij haar idealen hoeft te verloochenen?”

Zeventig minuten handen schudden is daarvoor niet genoeg, maar bijvoorbeeld filmen tijdens een reis naar een voor de bewindspersoon beleidsmatig cruciaal gebied mogelijk wel. Dan zie je de hoofdpersoon onder omstandigheden die er toe doen (wat tegelijk afbreukrisico heeft want succes en positieve plaatjes zijn niet verzekerd). Ministerie, kunnen we dus van u horen wat de bewindsvrouw gaat doen? Dan kiezen wij zelf of wíj daarmee iets gaan doen. Want ook mails van die strekking wisselden de makers met de ambtenaren: nee dank u, die speech komen we niet filmen, en nee, die reis is voor ons verhaal niet interessant.

Geen campagnefilm

Het filmplan is niet wezenlijk gewijzigd tijdens de productie. Wel is de productieperiode flink verlengd omdat noodzakelijk materiaal steeds niet gedraaid kon worden of de minister niet voldoende persoonlijke toegang gaf (zie hierover hieronder meer). In de laatste maanden van filmen werd de verkiezing tot lijsttrekker realiteit, en kwam er een extra partij aan tafel (D66) met extra pogingen tot zeggenschap en invloed. De VPRO stelt dat toen de bestaande afspraken met het ministerie over voorinzage ook met de partij zijn besproken maar niet zijn vastgelegd. Achteraf gezien was dat wellicht beter geweest.

De makers zijn gestopt met filmen op de dag van het verkiezingscongres (20 september 2020) en de campagne voor de verkiezingen is bewust niet meegenomen. Daar is door makers en eindredactie over nagedacht en gediscussieerd. Dóórfilmen tot en met de verkiezingen zou inhoudelijke consequenties hebben gehad (dan zou het oorspronkelijke filmplan zijn losgelaten, maar makers en Filmfonds wilden expliciet géén verkiezingsfilm) maar ook praktisch productionele en financiële (er zou langer gefilmd moeten worden).

Over die laatste twee heb ik geen oordeel te geven. De inhoudelijke reden kan ik billijken, want ook al had een einde op 17 maart 2021 vast mooi vuurwerk opgeleverd, het had het originele filmidee ondergesneeuwd. Het was dan een andere film geworden: een portret van een partijleider-in-wording in plaats van de film over een minister, haar ervaringen en haar idealen.

Overleg over uitzendtijdstip

Over de plaatsing van producties in het uitzendschema ga ik niet. Maar zijn er inhoudelijke gevolgen geweest van de opmerking van de ambtenaar in de mail van april 2018:  “Ze zijn ook bereid om te overleggen over het tijdstip van uitzending, voor of na verkiezingen bijvoorbeeld”? Er waren op het moment van schrijven van de e-mail geen verkiezingen in zicht, en een D66-lijsttrekkerschap met mogelijk politiek gewin van een bepaald uitzendtijdstip ook niet. Dus waar ging dit toen over en wat zegt dit dan vervolgens over de redactionele autonomie van de makers tijdens het vervolg?

Er liep geen bandje mee bij het gesprek waarvan de e-mail een weerslag gaf. De VPRO ontkent met klem het hierover gehad te hebben. De andere gesprekspartner kan het niet meer precies terughalen maar geeft aan – gebaseerd op ervaring met gelijksoortige projecten – waarschijnlijk op het volgende gedoeld te hebben: een documentaire-traject als dit duurt altijd dusdanig lang dat op enig moment vanzelf verkiezingen langskomen. In dit geval waren dat overigens eerder verkiezingen voor provincie en Europa (2019) dan de Tweede Kamer (2021).

Omdat een ministerie formeel altijd uit verkiezingscampagnes hoort te blijven, was het vanuit dat standpunt logisch dat mogelijke timing van een uitzending ter sprake zou kunnen komen. Dat de beide op dat moment nog in beeld zijnde documentairemakers inderdaad instemden met een dergelijk overleg en dat dit tot inhoudelijke bemoeienis geleid zou hebben, is niet aan te tonen. Daarmee zijn conclusies over de invloed van eventueel overleg op de uiteindelijke inhoud interpretatie en speculatie.

Aanpassingen

Na de voorvertoning op 7 december 2020 komen zowel het ministerie van Buitenlandse Zaken als D66 met een aantal punten waarover men het wil hebben, zo blijkt uit de mailwisseling. De Journalistieke Code zegt dat het “een journalist vrij [staat] om zelf te bepalen hoe hij omgaat met op- en aanmerkingen van een bron die een publicatie ter inzage heeft ingezien. Feitelijke onjuistheden moeten worden verbeterd.” Wat gebeurde er in dit geval? Ik baseer mijn beoordeling op vergelijking van het filmplan uit 2018, de betwiste fragmenten uit de voorvertoning van 7 december 2020 (die zijn bewaard) versus de uitzending van 3 januari 2021, plus toelichting van diverse betrokkenen.

Fouten en privacyschendingen

Bij de opmerkingen zat een enkele feitelijke fout of beeld dat de privacy van iemand in de omgeving van de minister zou schenden (shots van een ambtenaar die geen toestemming tot uitzending had gegeven). Deze zaken zijn terecht aangepast. Over het kunnen vervangen van beeld bij mogelijke privacyschendingen zegt de Journalistieke Code nu dat “journalisten in beginsel geen beelden [publiceren] van mensen die zijn gemaakt in niet-publieke ruimten zonder uitdrukkelijke toestemming”. Het zou goed zijn als de Code dit expliciet als reden tot aanpassing na voorinzage opneemt.

Context

Ook waren er enkele fragmenten die volgens ministerie of partij in de voormontage niet in de juiste context stonden en tot verwarring of een foute interpretatie van de gebeurtenissen zouden leiden (het inschenken van champagne tijdens een bezoek aan Niger; een opmerking bij de kapper over gebrek aan steun vanuit het kabinet voor de minister).

De Journalistieke Code zegt “Citaten uit interviews mogen niet zonder toestemming in een andere context worden gebruikt dan de geïnterviewde kan verwachten” en “beeld- en audiogebruik bij verhalen moet passen in de context van het onderwerp”.  Waar beeld of tekst uit context is gebruikt of door de montage iets suggereert dat er op moment van draaien niet was, is aanpassing dus journalistiek-ethisch verantwoord. Dit toevoegen als extra reden tot wijziging na voorinzage zou dit ook in de Code kunnen verduidelijken.

Waren de hier aangedragen punten een kwestie van (onduidelijke of onjuiste) context? Is met het wijzigen van de passages dusdanig fundamenteel afgeweken van het originele documentaireplan dat er een serieuze aanwijzing is voor beïnvloeding en onethisch op- of wegpoetsen?

De opmerking bij de kapper was inderdaad buiten de context gebruikt, deze sloeg overtuigend op iets anders en is terecht aangepast.

Het close in beeld inschenken van champagne (het enige shot dat hier uiteindelijk verwijderd is) gaf de ontvangstscene in Niger niet ineens een heel andere lading (wat bij een echt out-of-context shot wel zo zou zijn). In die zin verbaasde me de druk vanuit ministerie en partij om dat ene shot te willen verwijderen. De scene werd er niet anders van en de lijn van de documentaire ook niet, dus het kon – ook van de Code – wel.

Voor de makers was verwijderen een manier om mogelijke verwarring over de situatie ter plekke te voorkomen. Maar liet de nadrukkelijke wens tot wijzigen van de champagne-scene niet vooral een overgevoeligheid zien bij het lijdend voorwerp van de documentaire en haar team voor mogelijk negatieve beeldvorming, en het streven om als meewerkend voorwerp zelfs maar de káns op controverse te voorkomen? Het is dan aan de journalistiek om een duidelijke streep te trekken. Dat er druk was om te wijzigen is helder. Wil je ook maar de schijn vermijden dat je belangen meeweegt in een journalistieke productie waar de Code dat niet toelaat, wees dan zicht- en hoorbaar streng. En uiterst transparant over dit soort (pogingen tot) context-wijzigingen. 

Probleempunten en suggesties

Dan waren er nog de andere punten waarvoor men een oplossing wilde zien: ongemakkelijkheden (o.a. commentaar op partijen of individuele Kamerleden), problemen (de minister die op de achterbank geen autogordel draagt) en al dan niet met behoorlijke nadruk aangedragen inhoudelijke suggesties omdat er iets ontbrak in de optiek van de partij (meer inhoud over de idealen van de minister/lijsttrekker). Dit waren aanpassingen die daadwerkelijk gevolgen zouden kunnen hebben voor de uiteindelijke documentaire ten opzichte van wat de makers oorspronkelijk voor ogen hadden.

Opmerkingen over partijen of bepaalde Kamerleden werden weggehaald, zichtbaar bleef “algemene ergernis” (schreven de makers in een e-mail) van de minister. Vergelijking laat inderdaad zien dat dat klopt, al werd de scene er wat minder scherp van. Op zich een inhoudelijke wijziging, wellicht om de hoofdpersoon een beetje tegen zichzelf in bescherming te nemen. Vriendelijk om dat te doen, maar niet een wijziging die de documentaire een andere toon of insteek gaf waardoor je van grote inhoudelijke invloed moet spreken.

De minister alsnog een autogordel aanmeten is beeldbewerking. Dat is in een journalistiek product alleen “tot op zekere hoogte” toegestaan volgens de Code, maar dat wordt niet geëxpliciteerd (dat zou mogelijk wel beter zijn). Iets erin monteren wat er niet was of eruit halen wat er wel was, gaat verder dan wat is toegestaan. Bottomline: de makers hebben het terecht niet gedaan. Wel heeft de producent gecorrespondeerd over de technische mogelijkheden, iets waarover ze zegt dat het niet serieus was, maar om van de druk af te zijn. Want zelfs als het gekund had dan zou het nooit gedaan zijn. Hier had door het hele team vanaf het begin duidelijker ‘nee’ gezegd moeten worden dan nu is gedaan. Je hoeft zoiets niet te onderzoeken, je doet het sowieso niet.

Dat volgens de partij te weinig in de documentaire zat over de idealen van de minister/lijsttrekker vonden de makers na de viewing zelf ook. Hier had de partij volgens de makers een punt, zeker toen ze zelf nog eens teruglazen hoe ze het thema van de documentaire in 2018 hadden opgeschreven. Toen ging het expliciet over de idealen van de minister en nu nauwelijks. Het was eenvoudig op te lossen: er zat in een eerdere montageversie al een passage uit een interview bij Jinek die inmiddels gesneuveld was om het programma ‘op lengte’ te maken. Nu werd die quote teruggezet. Vergelijking van het originele plan, voorinzageversie en definitieve versie laat zien dat de quote een daadwerkelijke leemte vulde, niet slechts in de optiek van het campagneteam. Dat met de Jinek-quote duidelijker werd gemaakt wat de minister/lijsttrekker dreef, was iets waar de partij als eerste op wees en waar men vast blij mee geweest is. Maar de toevoeging bracht de documentaire ook meer terug bij het oorspronkelijke plan – waar destijds niemand anders dan de makers een stem in hadden gehad. Een opmerking van een hoofdrolspeler kan dus ook een verbetering zijn.   

Optelsom

Wat het uiteindelijke beeld van omgaan met suggesties en verzoeken om aanpassing compliceert, is de opeenstapeling. Stuk voor stuk zijn ze uit te leggen en te billijken maar waarom lijkt dan het beeld te ontstaan dat te veel ruimte is gegeven aan ministerie en partij? Hier lopen feitelijke invloed en beeldvorming daarover uit elkaar. Daaraan wordt mogelijk bijgedragen door een mail uit 2019, halverwege het productieproces, waarin de regisseur schrijft “dat dit niet alleen onze film is. Dit is vooral ook jullie film en de film van Sigrid. We kunnen hem alleen maar samen maken en zullen dus ook samen moeten kijken hoe we dit voor elkaar kunnen krijgen.”

Voor degenen die hierin een uitnodiging tot ontoelaatbare invloed van het ministerie (hier is de partij nog volstrekt niet in beeld) op de productie willen zien: lees dan deze mail helemaal, in volgorde en in context. Dan kijk je mee met documentairemakers die al máánden proberen de minister nu eens wat uitgebreider en persoonlijker te spreken en filmen. Waar almaar de gelegenheid niet voor gegeven wordt. Een bloedeloze aaneenschakeling van handen schudden en ontvangsten ligt op de loer, en de makers willen duidelijk maken dat niemand daarbij is gebaat, uiteindelijk ook het publiek niet. Als er niet meer toegang komt kan de productie beter gestopt worden, lijkt te mail te willen zeggen. En dan wordt de documentairemaker ook de charmeur: ook júllie, minister en team, willen toch een goeie film? Nou dan, geef me meer toegang dan ik nu krijg!

Openheid hierover geven is steeds meer noodzakelijk omdat ook de journalistiek wat betreft onpartijdigheid en engagement steeds meer de maat genomen wordt. Een terechte ontwikkeling: wie anderen ter verantwoording wil kunnen roepen, moet dat ook zelf niet schuwen.  

Je kunt vinden dat je als audiovisueel journalist alleen moet filmen wat zonder toegang of overleg toegankelijk is. Voor veel producties is dat de beste, zuiverste en gelukkig meest voorkomende werkwijze, met name bij nieuws en onderzoeksjournalistiek. Maar als je dit oplegt aan documentairemakers dan kan dat wel de consequentiehebben  dat dit soort journalistieke documentaires en portretten niet meer gemaakt wordt omdat geen hoofdpersoon daar meer blanco in wil stappen.

Ik zou dat een verlies vinden. We hebben als publiek vaak genoeg alleen inzicht kunnen krijgen in leven en werk van politici, industriëlen, sporters of kunstenaars omdat gewerkt kon worden op deze basis van vertrouwen over en weer. Maar makers en hun eindredacteuren zullen transparanter moeten zijn dan ze nu gewend zijn: over wat ze gaan doen, wat ze tijdens de productie accepteren en wat ze achteraf nog kunnen of willen ‘repareren’, zeker bij controversiële of politieke onderwerpen en hoofdrolspelers.

Aanbevelingen

Aanpassen Journalistieke Code

Op een enkel punt kan de Journalistieke Code aanvulling gebruiken, omdat daarmee ingrijpen in een voormontage kan worden toegelaten waardoor potentiële schade (privacy) of verwarring (context-kwesties) kan worden voorkomen. Waarbij voor out of context-aanpassingen wel heel helder gemaakt moet worden dat het niet om iets anders dan dat gaat. Ik zou pleiten voor een apart punt over ‘afspraken vooraf’ in de Code. Ik kan daar op basis van andere (inter)nationale journalistiek-ethische codes een passage voor opstellen en de omroepen moeten dan met deze wijziging akkoord gaan (wat bij eerdere aanpassingen altijd zonder meer is gebeurd).

Labelen

De NPO en de publieke omroepen bespreken al enige tijd met elkaar of het publiek bij het bekijken van documentaires meer informatie nodig heeft over wat van een specifieke uitzending verwacht kan worden: hoe journalistiek is deze documentaire en aan welke normen en afspraken heeft de maker zich dus te houden. Omdat onduidelijkheid hierover leidt tot verwarring over de rol van de maker, verwachtingen van onpartijdigheid of claims over gebrek aan waarheidsvinding (en tot klachten bij de ombudsman, ik schreef er eerder over).

Lees je de insteek waarmee de makers aan de documentaire begonnen en waarmee ze in de programmering zijn gezet (een documentaire waarin de blik van de maker een grote rol zou hebben, een creatieve documentaire dus), dan gaf die outline grote ruimte voor persoonlijke visie van de makers en inbreng van de hoofdrolspeler. Maar in reactie op de huidige commotie stelde de omroep direct dat de makers, zoals dat geldt voor “alle journalisten bij de VPRO”,  in alle onafhankelijkheid hun werk hadden kunnen doen. Daarmee werd het eindproduct in de journalistieke hoek geplaatst, waardoor journalistiek-ethische normen en afspraken gaan gelden.  

Als je dat doet, dan zou ik ook een harde grens trekken: na voorinzage is alleen aanpassing mogelijk van feitelijke fouten, privacyschendingen of aantoonbare context-issues. Geen verdere ruimte voor suggestie, signaleren of meedenken. Zullen er dan potentiële hoofdrolspelers afhaken omdat ze zo’n avontuur met een meelopende cameraploeg te onzeker of risicovol vinden? Mogelijk. Maar helderheid vooraf is helderheid na afloop.

Of het labelen van documentaires, ook vóór en tijdens de productie, misverstanden uit de wereld helpt kan ik niet zeggen, want we doen het nog niet. Maar je zou aan een label een duidelijker set voorwaarden kunnen hangen. Documentaires over of portretten van politieke kopstukken zijn bijna altijd journalistieke producten. Dan moet je zelfs de schijn van meedenken, meewerken of meewegen niet willen hebben. Komen we misschien toch nog een beetje in de buurt van de richtlijnen of het protocol waarover de VPRO nadenkt.

Samenvattend

Vóór en tijdens het maken van de documentaire Sigrid Kaag – Van Beiroet tot Binnenhof was er veelvuldig contact tussen de makers en het ministerie van Buitenlandse Zaken en in een laat stadium ook met D66. Gedurende het maakproces waren dat hoofdzakelijk productionele contacten. In de slotfase wilden ministerie en partij op een aantal punten wijzigingen zien in het eindproduct. De meeste lagen op het terrein van correctie van feitelijke fouten, aanpassingen van onduidelijke of onjuiste context of om privacyschendingen te voorkomen. Dit is volgens de breed aanvaarde journalistiek-ethische normen in de Journalistieke Code correct gegaan.

Waar in de slotfase nog andere suggesties voor aanpassingen van het ministerie en de partij zijn verwerkt, hebben die het beoogde eindproduct niet fundamenteel van karakter of inhoud veranderd. Beïnvloeding die de journalistieke grondregels schendt is niet gebleken, de makers hebben hun zeggenschap niet weggegeven. De makers hebben een product gemaakt zoals dat hen vanaf het documentaireplan voor ogen stond. En de kijkers kregen niet ná de voorinzage en discussie met ministerie en partij ineens een andere documentaire te zien.

Wel heeft het team te lang het idee laten bestaan dat aan shots of inhoud nog gesleuteld kon worden, waardoor het beeld ontstond dat de minister, ministerie en partij de ruimte hebben gekregen. Dat ontstane beeld is geen feitelijke vaststelling van een foutieve taakopvatting. Maar de schade van zelfs maar de schijn tegen is er.

Grotere transparantie over (ook heel gebruikelijke en toelaatbare) journalistieke afspraken blijkt geen overbodige luxe. Wat vooraf niet glashelder is gemaakt over de normen en afspraken zal achteraf bijna per definitie zorgen voor problemen. En ook als je die niet voorziet is transparantie geboden. Wie dat van anderen verwacht moet het ook zelf toepassen.

Verduidelijking van wat qua afspraken met bronnen wel en niet kan volgens de Journalistieke Code kan helpen bij het zorgen voor juiste verwachtingen bij makers en hoofdrolspelers. De Code verdient aanscherping op dat vlak. En het duidelijk labellen van documentaires (waarmee helder is waar je de maker op kunt aanspreken) kan zorgen dat het publiek weet wáár het bij dit soms lastig te definiëren genre naar kijkt.