04 januari 2024

Tweede Kamerverkiezingen 2023. Deel 2: De kunst van het kleur bekennen

Welke politicus mag in welk programma de boodschap van de partij komen uitdragen? Het is bij iedere verkiezingscampagne een punt van kritiek onder het publiek. De Ombudsman krijgt er al mails en vragen over sinds de verkiezingen van 2017 (het startjaar van de Ombudsman). Een voorkeur voor links, of te veel ruimte voor rechts? Je kunt er alleen iets steekhoudends over zeggen als je het meet en analyseert. De Ombudsman kijkt dus ook dit jaar weer naar een aantal toonaangevende programma’s, op zoek naar feiten en uitleg over politiek kleur bekennen.

In het kort:
- Binnen het publieke omroepbestel kunnen journalistieke programma’s van omroepen met leden opvattingen van een specifieke stroming uitdragen. Als het fundament maar uit feitelijke en controleerbare informatie bestaat.
- Onderzoek van zes toonaangevende televisieprogramma’s en vier radioprogramma’s laat in brede zin een evenwichtige verdeling zien qua optredens van politici en politieke partijen.
- De ruimte die de publieke omroepen aan politici gaven, helde aantoonbaar niet over naar links. En het aantal optredens van een politicus was geen aantoonbare factor bij verkiezingswinst of -verlies.
- In een enkel programma zag je de ‘kleuring’ van de uitzendende ledenomroep terug. Dat was niet zo bij de taakomroepen.

Pluriform bestel

Mensen die ons de afgelopen weken mailden over de verkiezingscampagne, klaagden vaak dat bij programma’s een voorkeur voor bepaalde partijen zichtbaar zou zijn. Dat zou volgens hen niet mogen. We kregen bijna vijftig mails over de politieke berichtgeving in campagnetijd, waarvan 25 het schenden van deze ‘objectiviteit’ als onderwerp hadden. Daarvan zagen slechts twee kijkers een overmaat aan ‘rechtse’ politici langskomen. De rest gaf af op die ‘linkse’ publieke omroep, waarbij dan ook D66 tot links gerekend werd.

“Jetten was gisterenavond ook al Op1! Vanavond WEER! En Timmermans was net voor de verkiezingsuitzendingen al uitgebreid op Nieuwsuur aan het woord! Twee keer dus! Het mannetje maken is weer volop gaande bij de linkse omroepen,” schreef een kijker. Het klopte niet, geen enkele lijsttrekker kreeg twee avonden achter elkaar bij Op1 het woord. Maar een klacht als deze maakt vooral duidelijk dat een deel van het publiek alle programma’s en zenders op één stapel veegt en er hetzelfde van verwacht.

Dat kan leiden tot misverstanden. Want om te beginnen hoeven journalistieke programma’s bij de publieke omroepen niet ‘kleurloos’ te zijn. En dat weten kijkers en luisteraars lang niet altijd. Het hoort mijns inzien zo te zijn dat een omroep volledig onafhankelijk, objectief en neutraal moet zijn. Zeker in deze politieke programma’s net voor verkiezingen,” schreef iemand.

Dat is niet zo. Er staat in de Mediawet dat publieke omroepen met leden een stroming in de samenleving horen te vertegenwoordigen. Dat kan en mag door opvattingen van die stroming uit te dragen, ook in journalistieke programma’s en ook in verkiezingstijd. Dan is het dus niet alleen verklaarbaar maar ook toegestaan als je in campagnetijd méér ‘groene’ politici zou horen bij BNNVARA’s De NieuwsBV of er méér ‘50Plus’-kandidaten zouden aanschuiven als Omroep MAX Op1 verzorgt.

De Ombudsman schreef over de toegestane kleuring van omroepen al vaker, onder meer hier in een dossier over objectiviteit. Dat programma’s van ledenomroepen specifieke opvattingen mógen uitdragen, wil overigens nog niet zeggen dat ze het ook allemaal of in gelijke mate doen: dat is een keuze die redacties zelf kunnen maken.

Ook is het verschil niet voor iedereen helder tussen de ledenomroepen (elf van de dertien omroepen in het huidige bestel) en de zogenoemde taakomroepen NOS en NTR. Die hebben onpartijdigheid wel in hun opdracht en missie zitten. Omdat die missie in verkiezingstijd mogelijk tot een andere invulling van hun campagneberichtgeving zou kunnen leiden dan bij ledenomroepen, geven we de statistieken van NOS Nieuws en Nieuwsuur (NOS-NTR) apart weer.

Van álle journalistieke programma’s dient het fundament overigens op feitelijke en controleerbare informatie te berusten. Óók als die programma’s vooral opinies willen brengen. Dat moet volgens de afspraken die de publieke omroepen in de Code Journalistiek Handelen met elkaar gemaakt hebben.

Turven en tellen

Gezien de pluriformiteit in het bestel zou een eventuele voorkeur voor politieke stromingen bij bepaalde programma’s van ledenomroepen dus verklaarbaar kunnen zijn. Een deel van het kijkend publiek veronderstelt dat dat inderdaad zichtbaar is. Iemand schreef: “Het valt enorm op bij het ochtendprogramma van WNL, waar om de haverklap een VVD’er of Telegraaf-kopstuk zit, en weinig tot geen kritisch weerwoord krijgt.” Of, zoals een andere mailer schreef die alvast een voorschot op ons onderzoek nam: “Houdt u de komende weken in de gaten of D66 gelijk wordt behandeld. Vragen, zendtijd en benaderingswijze? Dank alvast.”

Graag gedaan, zeggen we alvast, want ook wij waren benieuwd. Wij bekeken allereerst of specifieke voorkeur uit het aantal optredens zou blijken. We hielden van zes programma’s bij wie er aan het woord kwamen van 1 t/m 21 november, de laatste drie campagneweken waar het allemaal op aan zou komen. We telden Nieuwsuur (NOS-NTR), het NOS Journaal van 20 uur, Khalid & Sophie (BNNVARA), Goedemorgen Nederland (WNL), Op1 (EO/WNL/Omroep MAX) en Ongehoord Nieuws (ON!). Meerdere malen per week uitzendende nieuws- en actuele programma’s, van een breed palet aan omroepen. 

Waarover de politici spraken en (dus?) hoe inhoudelijk de campagne werd, komt in een ander artikel aan de orde. Hieronder is allereerst in totaal weergegeven waar en hoe vaak verkiesbare politici van verschillende politieke partijen in de onderzochte programma’s het woord voerden. Dat kon in een reportage, interview of tafelgesprek zijn, maar ze moesten sprekend te zien zijn. Als iemand in één uitzending meermaals het woord kreeg, werd hij/zij per uitzending toch maar één keer geteld.

Halen we de dagelijkse uitzendingen van de taakomroepen NOS en NOS-NTR er uit (die komen verderop aan bod), dan is de verdeling in de vier programma’s van de ledenomroepen als volgt.

En kijk je dan nog een laag dieper, per programma naar de aanwezige verkiesbare politici van partijen, dan ziet het beeld er voor elk van de vier programma’s afzonderlijk als volgt uit.



Niet bij alle programma’s zie je een verdeling zoals je die platweg op grond van de omroepkleuring zou kunnen verwachten. Neem bijvoorbeeld acht maal een GL/PvdA-politicus bij WNLs Goedemorgen Nederland (zes van de acht maal was dit wel een politicus die in een reportage of fragment aan het woord kwam in plaats van uit de studio). Vrijwel elke dag zat er een politicus in de studio, wat de breedte van optredens laat zien.

Ook Op1 hanteerde een breed uitnodigingsbeleid, dat per uitzendende omroep (WNL, EO of MAX) niet eenzijdig gekleurd was. De vrijdagavond-uitzending was steeds geheel aan politieke ontwikkelingen gewijd, met meerdere partijen aan tafel.

Wel volgens mogelijk verwachte kleuring was het deelnemen van politici aan Ongehoord Nieuws: een groot deel van de partijen aan de rechterkant van het politieke spectrum (BVNL, FvD, JA21, PVV) kwam naar de studio. Enkele kleine partijen (LEF, LP, Samen voor Nederland en de Piratenpartij) zaten gezamenlijk in de studio. Voor LEF wellicht opmerkelijk, want dat zou je een radicaal-linkse partij kunnen noemen. De voorman van LEF gaf aan dat hij er zat omdat hij in dít programma wel ruimte kreeg en elders niet. De overige partijen werden in Ongehoord Nieuws gequote in korte berichten en reportages vanaf locatie of in fragmenten van derden.

Bij Khalid & Sophie zat naast de linkerkant van het spectrum ook een heel aantal partijen uit het centrum aan tafel. Het programma liet in de laatste anderhalve week steeds twee politici aan het woord, met contrasterende opvattingen over een specifiek onderwerp. Van ‘rechts’ waren geen politici aanwezig, behalve als je BBB ‘rechts’ zou indelen.

De taakomroepen

Nieuwsuur hield ook deze campagne weer een serie interviews, 14 ditmaal (de 15 partijen die in de kamer zaten, min de SGP die niet naar de studio kwam) met steeds één lijsttrekker per aflevering. Enkele kleinere partijen (DENK, JA21) moesten ‘hun’ uitzending wel delen met een reportage over een ander onderwerp, de andere hadden een hele uitzending tot hun beschikking. Een keuze op vooraf bepaalde, inhoudelijke gronden, die je terugziet in de verdeling van de sprekers. Bijzonderheid: waar de PVV tijdens twee eerdere landelijke campagnes (éénmaal zelfs op het laatste moment) bij Nieuwsuur afzegde (hij vond het ”niet leuk”, zei hij in 2017), kwam de lijsttrekker ditmaal wel. Politici die in het overzicht hieronder meer dan één keer aan het woord kwamen, deden dat naast hun eenmalige grote interview in de studio in fragmenten die in gesprek met een andere lijsttrekker werden getoond. De nieuwe partij NSC kwam in die vorm het meest aan bod.

Het NOS Journaal van 20 uur is – in tegenstelling tot de andere programma’s die we bekeken – een eerstelijns-leverancier van nieuws. Dit bulletin doet verslag van wat er op een dag gebeurt en nieuwswaarde is daarbij doorslaggevend. Voor de laatste 14 dagen van de campagne rolde NOS Nieuws wel een speciaal format uit in het bulletin. Met elke dag verslag uit de campagnekaravaan, een politiek duider, een reportage en aan het eind korte tekstberichten over opmerkelijke zaken. In de reportages konden dan specifieke onderwerpen of thema’s uitgelicht worden die niet direct aan de actualiteit van de dag hoefden te hangen.

Het Journaal voert – uiteraard – geen lange inhoudelijke gesprekken aan een tafel, maar kan wel veel verschillende kanten en deelnemers aan de campagne laten zien. Het overzicht van sprekend opgevoerde politici ziet er als volgt uit. Waarbij de aandacht voor de grote partijen opvalt, dáár zaten blijkbaar de nieuwsmakers.

Politici op NPO Radio 1

Er was nog meer onderzoek naar vertegenwoordiging op de platforms. Zo hield de afdeling Publieksonderzoek van de NPO in de periode 1 t/m 22 november bij welke verkiesbare politici aan het woord kwamen in de radioprogramma’s Radio 1 Journaal (NOS), Sven op 1 (WNL), O, o, de verkiezingen (BNNVARA) en Dit is de Dag Verkiezingscafé (EO).

Hieruit rolde volgens de onderzoekers een redelijk evenwichtige vertegenwoordiging van de partijen bij de belangrijkste verkiezingsuitzendingen. Zij het dat de lijsttrekker van de PVV slechts bij één programma langs kwam (NOS Radio 1 Journaal).

Wees overigens gewaarschuwd bij het snel trekken van conclusies over vermeende eenzijdigheid uit de aantallen optredens van politici bij programma’s. Want wat programma’s niet of slecht te verwijten valt, is de voorkeur voor of juist de antipathie tegen bepaalde programma’s die politici of partijen zélf hebben. Het is bekend dat sommige politici niet naar sommige programma’s willen komen. Dat zal deze campagne vast ook gespeeld hebben, maar de Ombudsman zit er niet standaard bij als een verzoek wordt afgewezen. De Ombudsman hoorde wel éénmaal een redactie aangeven dat een partij die de democratie ondermijnt in de uitzending geen ruimte zou krijgen.

Gasten en partijen in uitzendingen NOS Radio1 Journaal, Sven op 1, O o de verkiezingen, DiDD Verkiezingscafé

Geen overdosis ‘links’

Was er deze campagneweken sprake van een overdosis aan linkse politici? Aantoonbaar was het niet als je kijkt naar de hoeveelheid optredens van politici op de platforms radio en tv. Niet bij de programma’s van de taakomroepen, en ook niet bij de ledenomroepen. Waarom dan toch steeds bij mailers aan de Ombudsman het sentiment dat de publieke omroepen voortdurend een duidelijke voorkeur voor politici van ‘links’ zouden laten zien en horen? Ook tijdens eerdere campagnes (Tweede Kamerverkiezingen 2017, Europese verkiezingen 2019, Tweede Kamerverkiezingen 2021 en Provinciale Statenverkiezingen 2023) bleek van veronderstelde ‘linkse’ voorkeuren bij de totale publieke omroep niets. Niet alleen uit onderzoek van de Ombudsman zelf, ook uit analyses door universiteiten bleek eerder een oververtegenwoordiging van centrum en centrumrechtse politici én thematiek, vooral in 2021.

Nog een mythe. Er werd na enkele eerdere campagnes gesteld dat de publieke omroepen bepaalde politici ruime zendtijd gaven en daarmee ‘meehielpen’ aan een goede uitslag. Dit voorjaar was het nog BBB-lijsttrekker Van der Plas die buitenproportioneel van de publieke zendtijd geprofiteerd zou hebben. Dat bleek toen niet met cijfers te onderbouwen. En ditmaal kon die ‘veel zendtijd bij de publieken = veel zetels’-bewering zeker naar de prullenbak. Want de PVV en de lijsttrekker daarvan vertoonden zich niet bovenmatig veel bij de publieke omroepen. Maar won wel, met onverwacht hoge cijfers.

Kijk je dan nog eens in de data die we verzamelden naar wat opviel in gesprekken met álle politici, verkiesbaar of niet: naarmate de tijd vorderde, werd er meer en meer óver de PVV en de lijsttrekker daarvan gesproken. Zo hoeft een partij niet letterlijk in de studio te zitten of de lijsttrekker zelf aan het woord te komen om wel overal aanwezig te zijn.

Wat een overzicht van aantallen optredens tot slot niet laat zien, is waaróm sommige partijen wel of juist niet bij bepaalde programma’s langskomen. De Ombudsman kreeg van diverse kijkers een van X gekopieerd ‘overzichtje’ van optredens van politici bij Op1. Daarin hadden VVD en D66 bovenmatig hoge scores, en bleven (kleine) uiterst-rechtse partijen (PVV, JA21 en BVNL) op een score van nul staan.Het valt op dat er partijen bevoorrecht worden ,kunt u hier iets aan doen?” vroeg een kijker.

Maar de getoonde aantallen klopten niet met wat Team Ombudsman telde. En net als bij eerdere campagnes hoorde de Ombudsman van diverse redacties over weigeringen of juist spontane aanmeldingen door partijen. Als reden om niet te komen wordt dan door politicus of partij vaak vooringenomenheid van een redactie aangedragen. Zonder dat de redactie daarvoor concrete onderbouwing krijgt. En zo wordt de suggestie van een eenzijdig beeld dan vanzelf de werkelijkheid. En dat kan je een redactie dan niet echt kwalijk nemen.

Samenvattend

De ruimte die de publieke omroepen aan politici gaven, helde aantoonbaar niet over naar links. En het aantal optredens van een politicus was ook ditmaal geen duidelijke factor bij verkiezingswinst of -verlies. Wat speelde er mogelijk wel? En hoe zat het met die inhoud waar het over zou gaan? We kijken er hier naar. 

Deel 1: Inleiding
Deel 3: De campagne op inhoud?
Deel 4: Wat blijft ervan bij?